IJspret op het Vlissings bolwerk in 1940. In het groepje mannen rechts naast het orgel staan orgeldraaier Kees Diercx (derde van rechts) en orgelbaas Hein van de Putte (uiterst rechts in het groepje naast het jongetje). foto met dank aan Willem Willeboordse
Kijk hem staan bij het machtige draaiorgel. Pet op zijn hoofd, forse snor onder zijn neus en zonder twijfel een paar stevige bovenarmen.
Zie ook:
Middelburger Willem Willeboordse, hij is van 1927, is zijn leven lang geboeid geweest door de straatmuzikanten. Voor de oorlog woonde hij aan het Vlissings Wagenplein. Nota bene naast de andere orgelbaas: Jan Pluijmers met het befaamde draaiorgel De Rupel. Zijn vrouw Mientje(van-het-orgel) was een bekende verschijning in de stad. "Als het orgel bij Pluijmers thuis stond, wilde een buurjongen wel eens een draai aan het wiel geven. Jan Pluijmers kwam dan woest naar buiten."
Willeboordse herinnert zich nog als de dag van gisteren hoeveel indruk de draaiorgels op hem maakten als jongen. Hij ziet zichzelf nog staan als zevenjarige voor het grote orgel van Hein van de Putte: "Kees Diercx draaide het 'boek' en Van de Putte ging met het mansbakje rond." Dat mansbakje of centenbakje staat nu bij Willem Willeboordse thuis, net als de foto van de ijspret, gekregen van de schoondochter van Hein van de Putte.
Middelburg kende in de jaren dertig veel straatmuzikanten. "Er waren de twee grote draaiorgels. Dan was er Piet de Waard, die een klein orgel van Pluijmers had overgenomen. Een andere man trok met een klein, maar fijn orgeltje door de stad. Vaak speelde dat de bekende wals Decibel."
Maar in de straten en op de pleinen was meer te horen dan orgelklanken, vertelt Willeboordse. "Je had koperen Ko met zijn accordeon en slagwerk en Jaap Griep met zijn mechanische pianola. Vader Geldof en zijn zonen speelden trompet, klarinet en saxofoon; de gebroeders De Rijke maakten muziek met twee trompetten en een sousafoon. Er was veel te genieten in mijn jeugdjaren."
Middelburgers hielden van de muziek op straat. De muzikanten rammelden zelden vergeefs met het mansbakje, waar de voorbijgangers centen in konden doen. "Er werd gul gegeven", herinnert Willeboordse zich.

















