Lukas de Jong op de plaats waar vroeger de bakkerij van zijn overgrootvader stond in de verdwenen straten rond de Lange Jan. foto Ruben Oreel
Detail van een schilderij van de kunstenaar E.A. Jansen uit de jaren dertig met links op de hoek de bakkerij van Abraham van Dijk.
Amsterdammer Lukas de Jong reist de laatste maanden regelmatig op en neer
naar Middelburg. Op zoek naar verhalen over de bakkerij van zijn
overgrootvader. Wat begon als een speurtocht, is uitgegroeid tot een
virtuele reconstructie van het vooroorlogse buurtje.
Het heeft zijn nieuwsgierigheid altijd geprikkeld. Een eigenzinnige overgrootvader, die aan de voet van de Lange Jan in Middelburg een bakkerij had en werd verdreven door de grote brand van 17 mei 1940. Op zijn zoektocht om meer te weten te komen over bakker Abraham van Dijk, raakte Lukas de Jong enthousiast.
Zo erg zelfs, dat hij het plan heeft opgevat om een vervlogen deel van de
stad te reconstrueren.
Als het aan De Jong ligt, kunnen we over
pakweg een jaar een wandeling maken door het Middelburg van zeventig jaar
geleden. Op zijn website, welteverstaan. Maar wel zo levensecht dat je bíjna
de geuren van toen weer ruikt en de klok van de Lange Jan hoort luiden. Om
de reconstructie zo 'echt' mogelijk te maken, zet hij zijn driedimensionale
plattegrond om in virtual reality. Gebouwen krijgen oorspronkelijke maten en
gevels worden met foto's bekleed.
Het zal een jaar geleden zijn dat
De Jong met een afbeelding van een oude ets van Louis Heijmans aan de voet
van de Lange Jan stond te turen. Die hing bij zijn oma thuis aan de muur. "
Ik wist wel dat er na het bombardement veel veranderd was. Mijn moeder had al
gezegd dat het huis er niet meer was." Teleurgesteld stelde hij vast
dat zelfs het oude stratenpatroon was verdwenen. "Toen ontstond bij mij
het idee om dat gebied te reconstrueren. Ik wilde weten hoe het in elkaar
heeft gezeten."
De Jong woont in Amsterdam, heeft een
architectenbureau in Utrecht en groeide op in Friesland. Toch stort hij zich
nu gepassioneerd op de historie van Middelburg. Zo nauwgezet, dat het Zeeuws
Archief, de gemeente en de PZC al interesse hebben getoond in zijn
onderzoek. De Amsterdammer vindt het een hele eer, dat hij iets kan
betekenen voor de mensen die het oude Middelburg nog hebben meegemaakt en
voor toekomstige generaties. ,,Maar eigenlijk doe ik dit onderzoek uit
interesse." Geheugenflarden. Dat is alles wat volgens De Jong is
overgebleven van het levendige buurtje aan de voet van de Middelburgse
toren. Met hulp van (oud-)Middelburgers hoopt hij foto's en verhalen over de
Groenmarkt, Kapoenstraat, De Wal, Koorkerkhof en omgeving te verzamelen.
,,Het is nog niet te laat. Nu leven er nog mensen die herinneringen hebben
aan dit stadsgedeelte." Door samenhang te brengen in al die losse
flarden, wil hij een beeld schetsen van de wijk waar zijn overgrootvader
brood bakte.
Abraham van Dijk leefde van 1874 tot 1954 en had een
kleine bakkerij in de Kapoenstraat. Een straatje van amper vijftig meter
lang. In een buurt vol bedrijvigheid. ,,Je had er niet alleen winkels, er
werden ook brandstoffen verkocht. Tegenover de bakkerij was een
melkpasteuriseerderij. Er hing de geur van overgekookte melk. Ze noemden de
Kapoenstraat ook wel het 'melkoverkookstraatje'."
De
achterkleinzoon van Van Dijk sprak al met een paar mensen die de bakker of
de buurt nog hebben gekend. Regelmatig bekruipt hem het gevoel alsof hij in
een soort second world leeft. Die van de chique Groenmarkt met zijn
directeuren en rechtsgeleerden tot het Kapoenstraatje waar Van Dijk achter
zijn stoffige oven stond. Hij stookte houtzaagsel. "Op een gegeven
moment ben je in een andere wereld. Dan kén je al die winkeltjes. Het gaat
steeds meer leven. Er heerste een benauwende hiërarchie: wie voor een
dubbeltje was geboren, werd geen kwartje."
De Jong beschrijft
zijn overgrootvader als een arme, maar blijmoedige bakker. ,,Hij was een
eschatologisch christen. Een man die de bakkerij niet zo belangrijk vond,
maar zich veel meer bezighield met de mensen om zich heen. Hij had in zijn
bakkerskar drie vakken: een voor het gewone brood, een voor kleingoed en een
voor het Brood des Levens. Dat laatste vak lag vol met evangelisatieboekjes."
Van Dijk zal het niet heel erg gevonden hebben dat de bakkerij in vlammen
opging, vermoedt De Jong. "Uit een begrafenisrede blijkt dat hij met
zijn hoofd al in de nieuwe wereld was. Hij heeft de broodkar en het bakken
niet gemist. Tragisch kun je zijn levensloop niet noemen. Hij zou nooit
geworden zijn wie hij was als - zoals hij het zelf uitdrukte - de drukking
der melk geen boter had voortgebracht."
- Reacties zijn
welkom via lukasdejong@hetnet.nl






Sorteer reacties














