De Veerse vrijwilligers van de KNRM kwamen afgelopen jaar 48 keer in actie, in 21 gevallen ging het om hulp aan een kajuitzeiljacht. foto KNRM
VEERE - Onfortuinlijke watersporters op het Veerse Meer wisten zich het
afgelopen jaar weer verzekerd van hulp. De vrijwilligers van het
reddingstation van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij in Veere
rukten 48 keer uit en daarbij werd aan 118 mensen hulp verleend.
Kees den Hollander uit Veere, schipper op reddingsboot John Steeger, heeft
in kaart gebracht wanneer de Reddingmaatschappij in 2008 in actie kwam en om
wat voor soort hulpverlening het ging.
"We zien dat het aantal
meldingen de afgelopen jaren niet erg sterk wisselt. Vorig jaar rukten we 48
keer uit, in 2007 was dat 46 maal, in 2006 49 keer en in 2005 50 acties. Er
is een stijging vanaf 2004 omdat toen de betonning in het Veerse Meer is
veranderd. De tonnen die de vaargeul aanduidden, werden fors in aantal
teruggebracht, dus het gebruik van een vaarkaart werd belangrijker. En dat
wil er nog al eens aan mankeren bij watersporters. Ze beschikken over
slechte kaarten of gebruiken ze niet goed."
Ook het station
Westkapelle van de reddingmaatschappij ziet geen duidelijke fluctuatie in
het aantal acties. Woordvoerder Anders van Rooijen: "We hadden er vorig
jaar 34, waarvan de helft voor rekening komt van de kusthulpverlening. Als
er een kind op het strand vermist wordt, begint er dáár een zoekactie maar
gaat er óók een boot het water op." Het karakter van de
hulpverlening in Westkapelle is dan ook heel anders dan die in Veere. "
Wij hebben te maken met open water, dat is al anders. Zeezeilers
bijvoorbeeld zijn over het algemeen ervaren mensen. Daarnaast verlenen wij
eveneens hulp aan beroepsvaart, vaak in samenwerking met Breskens en Cadzand.
"
De Veerse redders komen het vaakst in actie bij een
zuidwesten wind met een kracht 3 of 4. Dat lijkt vreemd omdat het beeld van
reddingswerkers aan boord van een tegen de golven opboksende reddingboot in
een vliegende storm al snel opdoemt bij het werk van de KNRM. Den Hollander:
"Bij die windkrachten 3 en 4 zijn de meeste watersporters op het Veerse
Meer te vinden. Veel weekendzeilers huren dan een bootje en denken 'lekker
even zeilen'. Maar ze onderschatten vaak de elementen. Varen met een boot is
niet hetzelfde als autorijden, zoals velen denken. Wind en golven hebben een
grote invloed op wat er met een boot gebeurt. De wind op het Veerse Meer is
bijvoorbeeld vaak vlagerig en een windstoot van kracht vier kan bij een
onervaren zeiler tot vervelende gevolgen leiden. Dat merk je bij omgeslagen
open zeilbootjes. Onervaren zeilers, overvallen door windvlaag en hup drie
of vier man overboord. Het bootje krijgen ze niet meer overeind, ze raken
vermoeid, onderkoeld, noem maar op. Dat kan ernstige gevolgen hebben."
Opvallend is de piek in mei in het aantal acties van de reddingsmaatschappij. "
Ik denk dat er in die periode minder watersporters op het meer zijn, waardoor
de onderlinge hulp ook achterblijft. In het hoogseizoen helpt de ene
schipper de andere die is vastgelopen."
De 'koninklijke
redders' zijn volgens woordvoerster Janneke Stokroos van het hoofdkantoor
'besmet met het KNRM-virus'. "Als dat eenmaal door het bloed
stroomt.... Papieren zijn bij ons niet belangrijk, wél dat je binnen een
team past. Anders werkt het niet. Daarna kun je verder groeien. Ik zeg
altijd: als badmeester kan je schipper worden bij ons."







Sorteer reacties











