Volgens de motorrijder was hij geschrokken van de tegemoetkomende bestelbus en bleef hij op die auto letten, waardoor hij automatisch ook in de richting van het busje stuurde. De fietser op het linkerfietspad had hij nooit gezien, beweerde de man. Hij was niet in de berm blijven rijden omdat hij daar geen controle over zijn motor had. Daarom koos hij voor het fietspad om zo snel mogelijk te kunnen afremmen.
De officier vond dat de Roosendaler in aanzienlijke mate onvoorzichtig had gereden. Ze zei dat geen enkele straf recht doet aan het verlies van het leven van de twaalfjarige jongen. Maar gezien de twee eerdere snelheidsovertredingen vond ze dat ze geen werkstraf noch een geldboete tegen de man kon eisen. Daarop liet ze weten dat, wat haar betreft, de man een celstraf van zes maanden moet krijgen en dat hij zijn rijbewijs voor de periode van twee jaar kwijtraakt.
Raadsman A. Bals vond die eis veel te hoog. Ook omdat de man als beroepschauffeur niet zonder rijbewijs kan. Hij erkende dat de Roosendaler een 'kapitale inschattingsfout had gemaakt toen hij die bocht inging'. Volgens Bals had de motorrijder het busje niet links maar rechts moeten passeren. Verdere fouten kon hij niet ontdekken, want volgens de raadsman is niet gebleken dat de man te hard reed. Volgens zijn teller reed hij honderd maar in werkelijkheid tachtig km/u, aldus de raadsman.
Uitspraak op 5 augustus.



Sorteer reacties











