Onderwaterleven gebaat bij terugkeer getij
Jaarlijks vinden er in de Grevelingen honderdduizenden duiken plaats. Het meer is laagdrempelig en er is altijd wat te zien. Ook met terugkeer van getij, blijft het een aantrekkelijke duikplaats.
Zouden er straks weer zeepaardjes op de bodem van het Grevelingenmeer te zien zijn? Komen de zee-anjelieren tot volle wasdom? Als in de toekomst het getij weer beperkt invloed krijgt op het water van Europa’s grootste zoutwatermeer zou dat zo maar eens kunnen, denkt Marloes Otten uit Brouwershaven.
Otten is fervent duiker en kent het onderwaterleven van het Grevelingenmeer goed. Ze verwacht dat introductie van een beperkt getij een stimulans geeft aan het ecosysteem onder water. „ Grootste voordeel is dat er meer zuurstof in het water komt”, zegt ze. Behalve dat hierdoor soorten als het zeepaardje, de pauwkokerworm, en de zee-anjelier beter gedijen of zelfs terugkomen, lost het ook een veel erger probleem op.
In diepere delen van het meer, waar haast geen stroming voorkomt, ontstaan ( vooral in de zomer) grote zuurstofloze gebieden. „Daar is alles dood. Niks overleeft er. Het ziet er uit als een dikke laag witte schimmel”, omschrijft Otten. Vooral vorig jaar, toen het voorjaar warm en windstil was, rukte dit verschijnsel op steeds ondiepere plekken op. „Twintig jaar geleden zag je het op 25 meter diepte. Afgelopen jaar zag je al op tien meter diepte.”
Bepaalde duikstekken, zoals bij gemaal bij Dreischor, meed Otten in die periode. „ Je gaat niet met cursisten naar dode vissen kijken. Zelf ben ik er nog wel gaan kijken. Het is heel vervelend om te moeten zien.” In dat opzicht is een getijdencentrale in de Brouwersdam welkom voor de duiksport. Een getijdenbeweging kan ook echter z’n nadelen hebben. „Het is moeilijk om in te schatten met hoeveel stroming een getijdencentrale gepaard zal gaan. Ik denk dat het wel mogelijk blijft om op elk moment te duiken. Hooguit zullen we rekening moeten houden met twee uur laag water waarin het moeilijker is om het water in te gaan. Maar dan nog houd je vier uur over waarin het wel kan.”
In vergelijking met andere wateren in Zeeland blijven de omstandigheden in de Grevelingen ronduit comfortabel. Een duik vanaf de kant in de Oosterschelde kan maar één uur voor, en één uur na de kentering van hoog naar laag water. In de Westerschelde, waar het tij nog extremer is, is deze periode nog korter.
Waar oeverrecreanten grote hinder ondervinden van de oprukkende Japanse oester, is dit voor duikers geen probleem, vertelt Marloes. „Je ziet dat ze de Zeeuwse oester overwoekeren. Aan de andere kant vormen ze riffen, waar ander leven zich in vormt, zoals krabbetjes en anemonen. Voor duikers is dat weer interessant.”
Niet alleen de Japanse oester gedijt goed op de bodem van de Grevelingen. Ook de Oosterscheldekreeft, die de laatste jaren explosief in aantal is toegenomen. „Er was een tijd dat je blij was dat je een kreeft was tegengekomen. Nu zie je honderden kreeften tijdens een duik.” De overbevolking eist wel z’n tol. „Veel kreeften maar ook krabben hebben maar één schaar, omdat ze met elkaar gevochten hebben. Wat dat betreft zou het goed zijn als er, zolang er zoveel zijn, meer op kreeft kan worden gevist”, vindt Otten.
Na de hype specialiseren duikers zich
Wat voor de gemiddelde fietser of watersporter onzichtbaar blijft, is voor Marloes Otten bekend terrein. Samen met partner Remco Stroet is ze eigenaar van duikcentrum Dolphins Dive Centrum in Brouwershaven.
Twee jaar geleden verscheen haar eerste boek, de Duikgids Schouwen- Duiveland. Sindskort is er ook de Duikgids Zeeland, waarin alle populaire duikstekken in de hele provincie zijn beschreven. Daarnaast bevat het boek ook informatie over de bijzondere flora en fauna die in het water voorkomt.
Otten constateert dat de grote groei in de duiksport achter de rug is. „De hype is voorbij. Je merkt nu dat duikers zich specialiseren, door zich te richten op de onderwaterbiologie of onderwaterfotografie.” Duiken buiten het seizoen is ook in opkomst. „ De snotdolf is straks weer prachtig te zien. Doordat droogpakken minder duur zijn geworden, is dit voor veel mensen ook bereikbaarder geworden.”