Leendertse en De Muralt zorgden voor veiligheid op hun eiland
De glooiing bij Ouwerkerk krijgt zes vlakken met oude dijkbekledingen. Een aantal daarvan is typisch Zeeuws.
Systeem Leendertse
Bedacht in 1935 door M. Leendertse uit Bruinisse. Het systeem komt veel voor op Schouwen-Duiveland. Betonblokken van 50 bij 50 centimeter worden trapsgewijs aangebracht. Voordeel van dit systeem is dat een enkel blok niet uit de glooiing kan breken. Toegepast tussen 1935 en 1960.
Spijkerglooiing
Ook een Schouwen-Duivelandse uitvinding, want Jonkheer de Muralt (bekend van de muurtjes) bedacht dit systeem. Voor het eerst toegepast in 1908 bij Scharendijke. Stenen ter grootte van stoeptegels worden met betonpaaltjes in de grond geslagen. Door overlapping houdt die steen de omliggende tegels vast. Nadeel: ze verzakken massaal als er een holle ruimte onder de stenen ontstaat. Daardoor niet veel gebruikt.
Vilvoordse steen
Kalksteensoort die wordt gewonnen in groeven in de omgeving van het Vlaamse Vilvoorde. Op grote schaal toegepast tot de Tweede Wereldoorlog. Bleek te licht en snel te slijten. Tijdens de stormen van 1990 ontstonden er juist in dijken met deze steenbekleding gaten in de glooiing.
Petit Granit
Komt aan z'n naam doordat ene meneer Petit het rond 1930 als graniet verkocht. Dat is het niet; het gaat om Belgische kalksteen. Kenmerkend is de groef in de steen. Dit zijn restanten van gaten die in het steen geboord zijn om springstof te plaatsen en zo de stenen uit de groeven te laten springen. Toegepast tot 1980.
Doornikse steen
Blauwgrijze, harde kalksteen uit de groeven bij het Belgische Doornik. In het verleden veel gebruikt langs de Westerschelde. Liggen vaak op de dijk in combinatie met andere steensoorten, met de Doornikse steen onderaan.
Gebakken steen
Oudste van de zes, gebruikt voordat beton begin vorige eeuw werd uitgevonden. Grote metselstenen van zo'n 20 bij 30 centimeter. Op Schouwen-Duiveland gebruikte men vooral Cormansteen, op de Bevelanden Dammansteen. Komt in Zeeland niet meer voor.