Dijkdoorbraken langs de Grevelingen hadden tijdens de watersnoodramp van 1953
vooral grote impact op Goeree-Overflakkee, waar op tal van plekken de
zeedijk het begaf.
Zie ook:
Het is al weer bijna veertig jaar geleden dat eb en vloed vrij spel hadden in de Grevelingen. Met de huidige discussie over een getijdencentrale bestaat de mogelijkheid dat het getij - zij het in veel beperktere mate - weer terugkeert. Het water zal in elk geval nooit meer zo hoog komen als in de beruchte februarinacht van 1953. De watersnoodramp die daar op volgde was de aanleiding voor het Deltaplan, waardoor het Grevelingenmeer ontstond.
Waar Schouwen-Duiveland het in de rampnacht vooral vanaf de Oosterschelde zwaar te verduren kreeg, kwam op Goeree-Overflakkee de grootste rampspoed vanaf de Grevelingen.
Langs de zuidoever van de zeearm waren er alleen doorbraken bij Brouwershaven en het Dijkwater. Aan de overkant verdween echter achttien kilometer zeedijk in de golven. Vooral Stellendam, Oude- en Nieuwe-Tonge werden hard getroffen. "Alleen in Oude-Tonge zijn meer dan driehonderd mensen omgekomen. De meesten zijn in hun woning verrast door het water", weet Jans Hoving van het Streekarchief Goeree-Overflakkee. Bij Stellendam stierven zestig mensen in de rampnacht. "Veel mensen vluchtten naar de oude Damdijk, die de verbinding vormde tussen de eilanden. Zij zijn echter door het water ingehaald."
In de jaren voor 1953 was de aandacht voor veilige dijken niet bijzonder hoog. "In 1906 liep de Woutrinapolder, vlakbij Stellendam, onder. Maar dat was zo'n klein rotpoldertje, daar was niemand van onder de indruk." Later, eind jaren dertig, waarschuwde waterstaatsingenieur Johan van Veen reeds voor zwakke dijken. "Maar vlak na de crisis, met de dreiging van Tweede Wereldoorlog, ging al het geld naar het leger en niet naar de dijken." Na de oorlog was de situatie er niet beter op geworden. "Oorlogen zijn de pest voor dijken. Langs de zuidkust van Goeree-Overflakee hadden de Duitsers op verschillende plaatsen bunkers en loopgraven gemaakt. Als je in een dijk gaat spitten, wordt hij nooit sterker."
De gaten werden gevuld, maar grote investeringen bleven uit, volgens Hoving. "De dijk was een gedeelde verantwoordelijkheid van de ingelanden. In die tijd zat er niet veel geld op Flakkee. Het geluk was dat veel oude binnendijken intact waren gebleven."
In tegenstelling tot de kust van Schouwen-Duiveland, waren de Flakkeese dijken niet opgehoogd met muraltmuurtjes. Archivaris Jan Both: "Uiteindelijk zijn de dijken bezweken omdat ze aan de binnenkant zijn uitgehold door water wat over de kruin was geslagen."
In tegenstelling tot Schouwen-Duiveland, was Goeree-Overflakkee veel eerder droog. Half april waren de dijken dicht. Op Schouwen-Duiveland zijn er nog volop littekens te zien in het landschap, zoals de caissons bij Ouwerkerk en de stroomgaten bij de Schelphoek. Jans Hoving: "Aan deze kant is er niet heel veel veranderd. Na de ramp is de nieuwe dijk rechtgetrokken. Daarna zijn ze nog een keer verhoogd, in afwachting van de definitieve afsluiting door de Brouwersdam."















