Paleontoloog John de Vos bij terugkomst in de haven aan boord van de ZZ10 met de oogst van de achtenvijftigste Kor en Bottocht op de Oosterschelde. Dit jaar wordt de het de zestigtse editie. foto Dirk-Jan Gjeltema
Sinds 1950 stelt de Zierikzeese vissersfamilie haar schip gratis ter beschikking van de wetenschap. Dat levert vaak bijzondere vondsten op. In de Oosterschelde zijn fossielen te vinden van zo'n twee miljoen jaar oud. Sinds 1950 wordt structureel gezocht naar deze resten van planten en dieren.
Tijdens de jaarlijkse Kor en Bottocht laten de vissers de mosselkorren zakken tot een diepte van 35 à 45 meter om zo te vissen op fossielen op de bodem van de Oosterschelde. Naar aanleiding van het materiaal dat tijdens eerdere tochten gevonden is zijn veel nationale en internationale publicaties verschenen. Er werden onder meer fossiele resten van hyena's, mammoeten, herten en neushoorns gevonden. Resten die erop wijzen dat de Oosterschelde lang geleden deel uitmaakte van een tropisch boslandschap.
Ook werden kiezen van mastodonten opgevist. Naar aanleiding van die vondst verscheen in Frankrijk een proefschrift. Ook Sir David Attenborough is een keer meegeweest met één van de tochten. Voor de BBC maakte hij een documentaire over het fossielvissen in de Oosterschelde. Om het bijzondere jubileum van 60 jaar fossielvissen te vieren is een speciale uitgave van Straatgras, het blad van Natuurhistorisch Museum Rotterdam verschenen.















