Op Schouwen-Duiveland zijn veel verenigingen en clubs. De PZC belicht er een aantal in een serie. Vandaag: modelspoorclub De Baanbrekers.
ZIERIKZEE - Het begon allemaal toen hij op 12-jarige leeftijd, samen met zijn tweelingbroer, een modelspoorlocomotief kreeg voor Sinterklaas. Nu staan op de zolder van zijn huis in de Zierikzeese wijk Poortambacht bijna 120 H0-locomotieven met bijbehorende treinstellen. Het schuurtje bij zijn woning wordt grotendeels in beslag genomen door houten kisten met modelspoorelementen, waarmee een lange treinbaan kan worden opgebouwd. De 46-jarige Hans Waleboer is wat je noemt een ‘treintjesgek’. Soms is hij wel twintig uur per week bezig met het bouwen en perfectioneren van de banen van modelspoorclub De Baanbrekers.
„Voor onze nieuwste baan namen we de Belgische Ardennen als voorbeeld. Toen ik daar was, samen met Lennart van den Berg, hakten we met een wielsleutel een stukje uit de rotsen. Dat werd de basis voor het landschap rondom de treinrails. Ik maakte rotsen van gips, die ik in de kleuren van dat originele stukje rots verfde.”
Hans Waleboer is één van de drijvende krachten van de Baanbrekers. Met zijn tweelingbroer Rien begon hij twintig jaar geleden de modelbouwclub die momenteel vier leden telt. „Rien, zijn zoon Michael, onze vriend Lennart van den Berg en ik.” Hans vindt dat niet weinig. „De afgelopen 20 jaar had de club hooguit zes leden. Meer is niet nodig, want het gaat niet om een groep die regelmatig bijeen komt om met treinen te spelen. We hebben ook geen clubgebouw.”
De Baanbrekers is een vriendenclubje dat grote treinbanen maakt en die presenteert tijdens modelbouwshows en tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De diorama’s, vervaardigd in Poortambacht, waren onder andere te zien in Berlijn, Mechelen, Utrecht, Leiden en Den Bosch. „We hebben de afgelopen 20 jaar vijf banen gemaakt. Aan de laatste baan, met het Ardennenlandschap, bouwden we 2,5 jaar. Die werd in 2006 voor het eerst gepresenteerd.”
In het modelspoorlandschap rijden uitsluitend modeltreinen van de Belgische Spoorwegen. „Die hebben een grotere verscheidenheid aan modellen en kleuren dan de treinen van de Nederlandse Spoorwegen. Ik vind de robuuste dieselmodellen het mooiste, die stralen zoveel kracht uit.”
Om het Ardennendiorama te vervoeren zijn drie bestelbussen nodig: één voor de houten panelen waarmee de clubleden een dik zes meter lange ombouw in elkaar zetten en twee voor de modelspoorbaan zelf. Op de plek van bestemming kost het ongeveer vijf uur om alles rijklaar te maken. Maar dan is het ook genieten. „Het leukste is de belangstelling van het publiek. Ze willen bijvoorbeeld weten hoe we het water van een haventje maakten en de rotsen.” Hoewel de verkoop van modelspoortreinen in de winkels terugloopt, merkt de oud-timmerman daar niets van tijdens tentoonstellingen. „Het is nog steeds druk. Wel zie je weinig jongeren. Er is maar een enkele bezoeker jonger dan 20 jaar.”
De Baanbrekers is een ‘open club’. „Iedereen kan lid worden wanneer men bereid is mee te bouwen aan nieuwe banen en naar tentoonstellingen te rijden.”



















