Home / Regio / Je hebt wel het kind van een ander in huis

Je hebt wel het kind van een ander in huis

Foto's
1
  • Afbeelding
    Beschrijving
    Gerda Doelman schreef een boek voor pleegouders. foto Ruben Oreel

MIDDELBURG - Pleegouders nemen een kind in huis met het idee dat zij het goed gaan doen. "En dan lopen ze toch tegen dingen aan", zegt Gerda Doelman.

Ze schreef een boek om pleegouders te helpen bij problemen die ze kunnen tegenkomen binnen hun gezin. Het wordt vrijdag gepresenteerd in boekhandel de Drukkerij in Middelburg.

"Voorschrijven hoe het moet, doe ik niet. Ouders volgen hun eigen intuïtie. Met vertellen wat ze wel en niet moeten heb ik altijd een beetje moeite. Advies moet bij je passen en het moet bij een kind passen." Doelman, die in Middelburg woont, is actief als vrijwilliger en als trainer bij pleegoudersupport Zeeland, een stichting die de belangen van pleegouders behartigt.

In Zeeland zijn ruim vijfhonderd gezinnen met pleegkinderen. En dat worden er steeds meer. Ook omdat tegenwoordig steeds vaker wordt gekozen om kinderen niet in een instelling, maar in een pleeggezin te plaatsen. "Men ontdekt dat een gezin een natuurlijker situatie is dan een tehuis, met al die wisselende begeleiding. En - dat moet ik ook zeggen - opvang in een pleeggezin is goedkoper. Ik denk dat pleegouders geholpen moeten worden om kinderen goed op te vangen. Professionele hulpverleners leren allerlei vaardigheden op hun opleiding. Pleegouders krijgen daar niets van mee. Pleegouders krijgen een cursus als ze zich aanmelden en ze krijgen begeleiding. Ik hoor van pleegouders dat ze meer willen, ze moeten het gevoel hebben dat ze ondersteund worden. Als je een pleegouder iets kunt bieden, gaat het met de kinderen meestal ook goed."

Een pleegkind opvoeden is heel anders dan je eigen kind opvoeden. "Je hebt wel het kind van een ander in huis. Dat betekent dat er een kind met andere bagage binnenkomt. Die heeft gedrag geleerd in een gezin, terwijl jij het anders doet. In het begin passen kinderen zich aan omdat ze er graag bij willen horen. Op het moment dat ze zich veilig voelen, laten ze ander gedrag zien. Pleegkinderen kunnen heel andere eigenschappen hebben dan je eigen kind. En over je eigen kind hoor je nooit iets, maar bij een pleegkind, krijg je van iedereen advies, van familie, van vrienden én van de buren."

Doelman spreekt uit ervaring. "We hebben een keer een jongetje gehad dat nogal baldadig was. Dan krijg je van mensen te horen dat je hem in toom moet houden. Mensen begrijpen niet dat je op een kind met ongewoon gedrag ongewoon moet reageren." Dat pleegkinderen ettertjes zouden zijn, is een vooroordeel, vindt Doelman. "Als kinderen continu afgewezen worden, laten ze zien dat ze voor zichzelf gaan zorgen. Een pleegouder die daar doorheen kan prikken, die wint een kind. En jij noemt het ettertjes, maar ik vind het een sociaal-emotionele handicap. Inmiddels is het uit allerlei onderzoeken wel duidelijk geworden dat een kind aandacht nodig heeft. Koestering noem ik dat. Het kan een belasting zijn voor het gezin als een pleegkind niet aardt, of als je een kind niet kunt bereiken. Maar als je zo'n kind wel kunt bereiken, en als het wél aardt, dan gaat het meestal vanzelf."

Gerda Doelman, Pleegouderschap in de praktijk, uitgeverij Nelissen