De vijf geselecteerde kustasielen zijn gespecialiseerd in de opvang van olieslachtoffers. Naast De Mikke zijn dat Vogelklas Karel Schot (Rotterdam), het Vogelhospitaal (Haarlem), Ecomare (Texel) en de Fûgelpits (Moddergat).
Voorheen werkten de asielen ook wel samen bij rampen, maar waren er veel onduidelijkheden over wie de kosten voorschoot, waar alle vogels ondergebracht werden en waar de vrijwilligers vandaan kwamen. In 2004 ontstonden daarom de eerste serieuze plannen voor een officiële samenwerking.
Rijkswaterstaat schiet nu de kosten van een reddingsactie voor. Later wordt geprobeerd het bedrag op de vervuiler te verhalen. Rijkswaterstaat zorgt ook voor noodopvang. Als de capaciteit van een asiel te laag is, wordt een noodopvang opgezet. Diergaarde Blijdorp wordt een vrijwilligerscentrale die mankracht werft en naar de asielen stuurt. Zo hebben de asielen meer tijd over voor de verzorging van de vogels. Vervolgens worden de vrijwilligers ondergebracht door de betrokken gemeenten.
En daar ligt ook het knelpunt in de onderhandelingen. Alhoewel het rampenplan zo goed als af is, is het nog niet ondertekend. De gemeenten willen eerst uitzoeken wat de kosten van zo'n operatie zijn en wat voor taken ze precies zullen krijgen. Volgens Coby Louwerse van de Mikke zijn de kustasielen klaar voor de garantstelling.














