Klaassen is niet voor niets op het Zuidgors te vinden. Hij werkt als assistent-in-opleiding bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) in Yerseke aan zijn promotie. Hij doet fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van schorrengebieden. "Van nature groeien schorren aan en kalven ze ook weer af. Er is in het verleden onder meer door Rijkswaterstaat wel goed in de gaten gehouden hoe schorrengebieden zich ontwikkelen, maar er is nooit onderzocht wat de invloed is van golfslag en of het uitmaakt dat een schorrand steil is of schuin is afgestoken."
Met geavanceerde meetapparatuur is het NIOO dit sinds januari op het Zuidgors aan het bestuderen. Achttien stukjes schorrand van 2,5 meter lengte, waarvan er zes steil zijn gehouden en twaalf schuin zijn afgestoken, worden gevolgd. De praktijkmetingen worden aangevuld met proeven in een golfgoot bij het Waterloopkundig Lab in Delft. Ook wordt onderzocht hoe vegetatie zich op slikken ontwikkelt. Later dit jaar vinden inzaaiproeven plaats. Op basis van het onderzoek hoopt Klaassen modellen te maken voor het beheer van schorrengebieden. Over het Zuidgors is hij vrij optimistisch. Sinds er bij Ellewoutsdijk baggerzand uit de vaargeul wordt gestort, lijkt het afkalvingsproces te vertragen. "In 2001 voorspelde Rijkwaterstaat dat het Zuidgors in 2050 helemaal verdwenen zou zijn. Ik betwijfel of het zover komt."




















