Volledig scherm

Je stao nii in j'n 'èmde as je dialect praot

Of ik nao de dialectendag op 15 oktober in Kapelle kom? Het is een stem van iemand die ik niet direct kan thuisbrengen. Het lijkt me een stem van vrouw uit het Land van Cadzand. Aan het dialect te horen, dan wel. Jao, gaat ze verder, en ‘k ‘èn nog ’n êêleboel ouwe woorden, die nog niet in ’t regioboek en in ’t woordenboek van judder staon. En dan vertelt ze, dat ze ruim veertig jaar geleden van de Groe is vertrokken naar Rotterdam en dat ze al die jaren eigenlijk de Zêêuwse Dialectverêênigieng heeft gevolgd. Al de boeken heeft gekocht en gelezen en dat ze ook een schriftje heeft gekocht. Daarin heeft ze al die jaren allerlei woorden en uutstuuksels opgeschreven.

Allicht, heeft de vereniging daar belangstelling voor. Awè, hoor ik ze zeggen door de telefoon, dan geve kik dat schrift an judder, kommende dialectdag in Kapelle. Als ik de telefoon neerleg, dan voel ik me een gelukkig mens. Een schrift met allerlei uitdrukkingen en oude woorden en dan nog wel uit het Land van Cadzand. Dat is echt iets unieks. Ik herinner me nog dat een aantal jaren geleden een schriftje op de mat viel met allerlei woorden uit de omgeving van Clinge en Sint-Jansteen. Prachtig geschreven, met een potlood en een boel oude woorden. Soms ook tekeningetjes om de zaak te verduidelijken. Echt een aanwinst. En al die woorden zijn ook in het Supplement gekomen, de aanvulling op het dikke woordenboek van een paar jaar geleden. En nu een schriftje van De Groe. En dan dat verhaaltje van die boerenknecht. Daar was ik heel blij mee, dat ze juist dat verhaaltje door de telefoon vertelde. De knecht, die de hele dag had geploegd. Tegen de avond was de boer op het land gekomen en die had gezegd: Kees joengen, je veure lôôp nog à krom. Dat was Kees niet zo meegevallen. De hele dag had hij in de mist lopen ploegen. De dodden slik aan zijn laarzen hadden zijn voeten loodzwaar gemaakt. En nu nog complementen krijgen ook.

Maar hij zou zich niet uit het veld laten slaan. Hij ging voor de boer staan en zei gerisleveerd: Baos, dao groei mêêr tèrve in een kromme veure dan in ’n rechten.

En ze hadden er maar ’s om gelachten, de baas en Kees.

En ook het woordje slik was onze Rotterdamse Rietje niet ongemerkt gebleven. Vorige weeke, zei ze nog, zag ik daorom onder Erremuujen nog zo’n bordje naost de weg staon ‘ôôr, mee Slik d’r op. Natuurlijk vond ze dat een belachelijke zaak, toen een paar jaar geleden die bordjes vervangen moesten worden met het woordje Modder erop. Als er iets streekeigen is, dan is het wel het woordje Slik. Nii in de slik lôôpen ee, zie m’n moeder altijd, als ik m’n hoeie hoed aan had. Het verhaaltje van die slik en die veure is me goed bijgebleven. En in gedachten fantaseer ik verder wat er niet allemaal in dat schriftje zou kunnen staan. Trouwens haar verhaaltje van een misspreking vond ik ook wel leuk. Toen ze pas in Rotterdam was gaan wonen en nog wat moeite had met het netjes praten, ging dat toch eens fout. Dat kennen we natuurlijk allemaal wel. Altijd gedachtenloos dialect praten en dan ineens op je woorden moeten letten, as je Ollands praot. Toen ze een keer op het kantoor werd aangesproken door iemand die haar de weg vroeg, had ze gezegd: ‘Gaat u maar door die tweede door’. Op het moment dat ze de zin uitsprak en ‘m hoorde, wist ze het: het moest deur zijn. En glimlachend was de man doorgestapt. Even had hij zich omgedraaid en gezegd: Ok ’n Zêêuw zeker? En blozend had ze van Jao geknikt.

poll

Echt leren doe je in de praktijk

Echt leren doe je in de praktijk

  • Eens (100%)
  • Oneens (0%)
14 stemmen