flits Knal

BOEM.

Afgelopen zondagavond, even over tienen 's avonds. Een knal, een ontploffing, op onze stoep. De brievenbus klepperde, in de keukenkastjes rinkelden de glazen.

O ja.

We snelden naar de voordeur. Een penetrante kruitdamp waaide naar binnen. Niemand te zien. Ja, toch, een bellende overbuurman, een eindje verder in de straat. Niks bijzonders, gebaarde hij. Een voorbij fietsende jongere, die nog een bommetje van het vorige Nieuwjaar over had. Achter onze auto vonden we een lege huls van onduidelijk, vast illegaal vuurwerk.

Of zouden er echt legaal van dit soort bommen verkocht worden?

O ja.

Als de zwartepietendiscussie geluwd is, we gewend zijn aan Trump en ons druk maken over wel of geen sneeuw in de Alpen, dient

het nieuwe jaar zic h aan.

Ik heb me voorgenomen om het glas half vol te zien. Wat zeg ik? Helemaal vol, boordevol, de champagne bruist over de rand. Optimistisch, de VOC-mentaliteit.

Maar het miezert, de dagen korten. En het moet niet knallen.

Ik heb een hekel aan knallen. De geur van kruit alleen al.

Watje, ik hoor het u denken.

Dat zal best.

Vrijheid blijheid. Mogen we dan op 31 december en 1 januari niet een paar uurtjes de lont in het kruitvat steken? Mogen we dan niet als arme inwoners van een overgereguleerd land de teugels laten vieren? Mogen we voor een moment niet de altijd-verontwaardigde spelen, de niet-gehoorde die alle ongenoegens en frustraties over weer een jaar vol massaontslagen, pensioenbreuk en graaiende bestuurders van zich af kan knallen?

BOEM.

Ik overdrijf. De brievenbus klepperde niet echt. Ook de glazen in de keukenkast hielden zich stil. Maar de knal was echt ongehoord hard.

O ja.

Laten we de discussie nu maar beginnen. Wat mij betreft: alle

vuurwerk de wereld uit.