Volledig scherm
© Jan van der Linden

De zeugenkraker

De uitgevlogen visarend van de Biesbosch, de burlende edelherten van de Veluwe, de otters her en der, de bevers overal – behalve in Zeeland – zijn dieren die tot de verbeelding spreken. Weliswaar alleen in overdrachtelijke zin aaibaar, zijn dat beesten, die hoog in populariteits-toptien staan. Het kleinere grut daarentegen, komt er wat dat betreft vaak wat bekaaid af.

Vlinders, libellen en bijen krijgen nog wel es aandacht, maar oorwurmen, kakkerlakken en muggen alleen als er gezondheidstechnische of hygiënische problemen zijn.

Ook spinnen behoren niet tot de meest geliefde dieren en dat terwijl ze nuttig en over het algemeen ongevaarlijk zijn. Vrijwel alle Nederlandse soorten eten immers “schadelijke”insecten. En de meeste zijn zo zwak, dat ze met hun kaken niet door je huid heen komen en je dus geen pijn kunnen doen. Maar er zijn uitzonderingen!

Pissebedden

Een week geleden ontdekte ik in een oude kazemat op Fort Rammekens een roodwitte celspin. Dat is een in Nederland toch vrij zeldzame spin, die ‘s nachts jaagt en zich vrijwel alleen maar vergrijpt aan pissebedden. Om die pantserhuid van die kleine landkreeftjes te doorboren, heb je sterke kaken nodig. En die heeft-ie, onze vriend. En daarmee kan hij – nou ja, vooral zij: het veel grotere vrouwtje – ook door onze huid heen bijten. Onaangenaam. Gewoon afblijven dus en griezelen maar:-)

poll

Ik ga snel mosselen eten

Ik ga snel mosselen eten

  • Eens (72%)
  • Oneens (28%)
761 stemmen