WAGENINGEN - Dieren zijn slecht aangepast aan het veranderende klimaat. Vlinders en vogels lopen achter bij de naar het noorden opschuivende klimaatzones.
Hierdoor wordt hun leefgebied kleiner en dalen ze in aantallen. Dat blijkt uit een grote Europese studie in zeven landen, deze week gepubliceerd in Nature Climate Change.
"Het klimaat dat we twintig jaar terug in Maastricht hadden, zit nu ten noorden van Zwolle", zegt Chris van Swaaij van de Vlinderstichting. Goede gegevens van het effect hiervan ontbreken veelal.
Klimaatschuld
Voor vlinders en vogels zijn deze data er wel. De aantallen aan de zuidkant van hun biotopen dalen omdat het daar te warm wordt. Maar de dieren schuiven minder hard op naar het noorden dan dat ze in het zuiden uitsterven.
"Onze resultaten zijn de eerste bewijzen dat hele diergroepen een dergelijke 'klimaatschuld' opbouwen in Europa", zegt Van Swaaij.
Minder verbindingszones
Vlinders lopen 135 kilometer achter bij de opschuivende klimaatzones, en vogels zelfs meer dan 200 kilometer. "Vogels passen zich minder snel aan dan vlinders, doordat ze langer leven en vaak naar dezelfde broedplek terugkeren."
Het probleem wordt versterkt doordat het kabinet een streep zet door de Ecologische Hoofd Structuur. Hierdoor zijn er minder verbindingszones tussen natuurgebieden en kunnen de dieren minder makkelijk opschuiven.
Leefgebied krimpt
Veel vlinders die van warmte houden doen het goed. Zo rukt de koninginnenpage op, een grote gele vlinder. "Toen de Vlinderstichting begon in 1990 was die alleen op de Sint-Pietersberg in Zuid-Limburg te zien. Nu komt die voor in heel zuidelijk Nederland en over vijftien jaar ook in Groningen, tot op Schiermonnikoog."
Lastiger is het voor soorten die van kou houden en waarvoor Nederland de zuidgrens is. Voor hen krimpt het leefgebied. Bijvoorbeeld voor het veenbesblauwtje. "Van die soort zien we de aantallen al jarenlang dalen. Nu komt deze alleen nog maar voor op een paar plekjes in Drenthe en Groningen, terwijl het veenbesblauwtje vroeger ook in de Achterhoek en zelfs in Noord-Limburg werd gezien. Een kurkdroog jaar kan de genadeklap betekenen."
Vogels
Ook vogelgemeenschappen veranderen, ziet vogelonderzoeker Chris van Turnhout van SOVON. "Soorten die bij ons vanuit het zuiden binnenkomen zijn de bijeneter en de kleine zilverreiger. Soorten die verder noordwaarts trekken en straks ons land verlaten zijn de spotvogel en de matkop."
Van Turnhout wijst op het effect van deze andere soortensamenstelling van vogel- en vlindergemeenschappen. "Hierdoor kunnen voedselrelaties in het gedrang komen. Zoals voor de bonte vliegenvanger. Hiervan komen de jongen in warme jaren pas uit nadat de piek van het rupsenaanbod al voorbij is. De uitkomst van dat voedselprobleem laat zich raden."
De biodiversiteit wordt wereldwijd aangetast door de klimaatomslag.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties


















