Verstrooiing
Op zondag verstrooit Zeeland haar kinderen. Als een prachtige oude hoogstam, een kersenboom in bloesem die haar tooi op zijn hoogtepunt moet prijsgeven aan de wind.
Iedere zondagmiddag blaast de Zeeuwse wind de jonge volwassenen weg naar afgelegen busstations. Onherbergzame busstations, waar je zomaar meegenomen kunt worden door een zuidwesterstorm. Busstations die eigenlijk alleen te bereiken zijn met een auto.
Nog gauw krijgen ze wat goede raad en advies mee van hun chauffeur, in de meeste gevallen hun vader of hun moeder. Nog even lachen in de auto om al die idiote zaken van het afgelopen weekend en dan stappen ze uit de auto's. Dan nog een kus en weg zijn ze.
Ze gaan op weg naar de huizen van kennis in grote steden in Zuid-Holland, Brabant, Gelderland, Utrecht.
Ik heb ze eens rustig bekeken zondag. Hun gezicht neemt al snel de grotestadstand aan zo gauw ze de auto uitstappen. Ze zwaaien en dan, bijna automatisch, richten ze hun aandacht naar binnen. Klaar voor de stad, waar je je blik niet te lang bij iemand moet laten hangen. Ze staan klaar voor een reis die in dit kleine land toch al snel een halve dag kan beslaan. Ze betalen de prijs van de lange reis omdat hun ouders hier wonen, op deze prachtige rand van het land. Ze kijken uit naar het weerzien met hun vrienden en de beweeglijkheid van de stad. Maar ze worden ook weemoedig omdat het weer een week zal duren voor ze de eindeloze dijken omzoomd met machtige populieren zullen terugzien. Het fluitenkruid, zal hen dan ook weer welkom wuiven. Het Brugse kant van het platteland. De ruimte, de rust en de vrijheid reizen met hen mee, maar alleen in gedachten.
Wij, de achterblijvers, blijven nog even en laten onze blik rusten op onze kinderen. We zwaaien en rijden pas weg als de bus verschijnt. Gepakt met zware tassen, stappen ze de bus in. Gebukt onder de last van een week boeken en kleren, alsof ze de enigen zijn die de toekomst van deze provincie voelen en torsen. Ik vind ze mooi.
Nog gauw krijgen ze wat goede raad en advies mee van hun chauffeur, in de meeste gevallen hun vader of hun moeder. Nog even lachen in de auto om al die idiote zaken van het afgelopen weekend en dan stappen ze uit de auto's. Dan nog een kus en weg zijn ze.
Ze gaan op weg naar de huizen van kennis in grote steden in Zuid-Holland, Brabant, Gelderland, Utrecht.
Ik heb ze eens rustig bekeken zondag. Hun gezicht neemt al snel de grotestadstand aan zo gauw ze de auto uitstappen. Ze zwaaien en dan, bijna automatisch, richten ze hun aandacht naar binnen. Klaar voor de stad, waar je je blik niet te lang bij iemand moet laten hangen. Ze staan klaar voor een reis die in dit kleine land toch al snel een halve dag kan beslaan. Ze betalen de prijs van de lange reis omdat hun ouders hier wonen, op deze prachtige rand van het land. Ze kijken uit naar het weerzien met hun vrienden en de beweeglijkheid van de stad. Maar ze worden ook weemoedig omdat het weer een week zal duren voor ze de eindeloze dijken omzoomd met machtige populieren zullen terugzien. Het fluitenkruid, zal hen dan ook weer welkom wuiven. Het Brugse kant van het platteland. De ruimte, de rust en de vrijheid reizen met hen mee, maar alleen in gedachten.
Wij, de achterblijvers, blijven nog even en laten onze blik rusten op onze kinderen. We zwaaien en rijden pas weg als de bus verschijnt. Gepakt met zware tassen, stappen ze de bus in. Gebukt onder de last van een week boeken en kleren, alsof ze de enigen zijn die de toekomst van deze provincie voelen en torsen. Ik vind ze mooi.