Levenslang
Ze verblijft er sinds begin deze maand. In een kamertje van een paar vierkante meters.
Drie stoelen staan er, een tv en een bed. Ze heeft levenslang. Omdat ze Alzheimer kreeg.
,,En'', vraag ik, ,,heb je het hier naar je zin?''
,,Ja'', knikt ze. En ze kijkt leeg voor zich uit.
Net in de zestig, getrouwd en twee volwassen kinderen. Ruim drie jaar geleden sloop de dementie bij haar binnen. Sindsdien is het hard gegaan en een week of wat terug verhuisde ze noodgedwongen naar een blokkendoosachtig gebouw aan de rand van een Walchers dorp. Daar zit ze dan - in een huis voor dementerenden. Een bunker lijkt het. Veel grijs, beton en stevige sloten.
,,Wat doe je nou zo'n hele dag?'', zeg ik om toch maar iets te zeggen. ,,Niets'', luidt het antwoord. Want wat zou ze er kúnnen doen?
Ja, ze kan een spelletje spelen. Achter het glas van de bruine kast in de gemeenschapsruimte staan tenslotte spelletjes genoeg: Ganzenbord, Domino en - hoe cynisch - Memory. Maar ach, ze is nooit een spelletjesmens geweest. Ze mocht graag lezen. Een boek is voor haar echter een doolhof geworden - ze verdwaalt hulpeloos in woorden en in zinnen.
Tuinieren, dàt zou ze graag nog willen doen. Dat was ooit haar hobby én haar beroep. Maar het binnenpleintje van het huis is volledig betegeld, geen streepje groen te zien. Dus zit er weinig anders op dan maar een beetje zitten te zitten. Zó komt ze de dag door. Gisteren, vandaag, morgen, volgende week, volgende maand.
Ze beklaagt zich niet, hoor: de verzorgsters zijn aardig en het eten is goed. Kijk maar op het bord waarop het menu staat geschreven: lentesoep, asperges, feestaardappelpuree, rundergehaktbal.
,,Bedankt voor je bezoek'', zegt ze bij het afscheid. Nee, ze loopt niet mee naar buiten. Dat mag niet - in haar eentje de straat op; Alzheimer doet mensen de weg kwijtraken.
Ze zwaait nog even en dan verdwijnt ze.
Morgen weer een dag.
,,En'', vraag ik, ,,heb je het hier naar je zin?''
,,Ja'', knikt ze. En ze kijkt leeg voor zich uit.
Net in de zestig, getrouwd en twee volwassen kinderen. Ruim drie jaar geleden sloop de dementie bij haar binnen. Sindsdien is het hard gegaan en een week of wat terug verhuisde ze noodgedwongen naar een blokkendoosachtig gebouw aan de rand van een Walchers dorp. Daar zit ze dan - in een huis voor dementerenden. Een bunker lijkt het. Veel grijs, beton en stevige sloten.
,,Wat doe je nou zo'n hele dag?'', zeg ik om toch maar iets te zeggen. ,,Niets'', luidt het antwoord. Want wat zou ze er kúnnen doen?
Ja, ze kan een spelletje spelen. Achter het glas van de bruine kast in de gemeenschapsruimte staan tenslotte spelletjes genoeg: Ganzenbord, Domino en - hoe cynisch - Memory. Maar ach, ze is nooit een spelletjesmens geweest. Ze mocht graag lezen. Een boek is voor haar echter een doolhof geworden - ze verdwaalt hulpeloos in woorden en in zinnen.
Tuinieren, dàt zou ze graag nog willen doen. Dat was ooit haar hobby én haar beroep. Maar het binnenpleintje van het huis is volledig betegeld, geen streepje groen te zien. Dus zit er weinig anders op dan maar een beetje zitten te zitten. Zó komt ze de dag door. Gisteren, vandaag, morgen, volgende week, volgende maand.
Ze beklaagt zich niet, hoor: de verzorgsters zijn aardig en het eten is goed. Kijk maar op het bord waarop het menu staat geschreven: lentesoep, asperges, feestaardappelpuree, rundergehaktbal.
,,Bedankt voor je bezoek'', zegt ze bij het afscheid. Nee, ze loopt niet mee naar buiten. Dat mag niet - in haar eentje de straat op; Alzheimer doet mensen de weg kwijtraken.
Ze zwaait nog even en dan verdwijnt ze.
Morgen weer een dag.