Horeca II

Afbeelding

Anderhalve maand geleden toerde ik met mijn zwager door Amerika en nu pas vallen sommige verschillen met Nederland me op. Het bedienend personeel in winkels, restaurants en cafés was er duidelijk veel ouder dan we in Nederland gewend zijn. Logisch ook wel misschien.

Het is een cultuur van fooien geven. Jong of oud, mensen die in Amerika in de horeca werken doen dat voor grijpstuivers. Het echte loon verdien je door fooien.

Een misstand, schande, uitbuiting dacht ik altijd. Ik ben hier op teruggekomen want er is één groot voordeel. Je komt er nauwelijks in contact met pubers. En ja, dat is goed.

Pubers hóren namelijk geen publieke functie te hebben. Ze moeten niet voor een schandalig minimumloon werken in winkels of horeca.

Neem het mij niet kwalijk dat ik dit nu zeg. Het is gewoon een biologisch gegeven dat pubers vervelend zijn. Dat is hun taak in de rolverdeling in de maatschappij. Dat was zo bij de oude Grieken en dat zal altijd zo blijven.

Pubers moeten, weggestopt in afgelegen hangplekken mokken, wachtend tot ze de groeistuipen voorbij zijn en herboren als een krachtige, jonge, energieke werkkracht de samenleving van dienst kunnen zijn.

Je moet ze niet als visitekaartje van je bedrijf in direct contact laten komen met je klanten. Dat is niet wijs.

Zo niet in Nederland. Hier drijven winkels en horecagelegenheden op goedkope tieners die, wanneer ze eindelijk wél begrijpen wat warenkennis of gastvrijheid is, de deur worden gewezen omdat ze twee kwartjes per uur meer kosten en te duur geworden zijn.

Daarom pleit ik er voor om pubers vrij te stellen van werk in horeca en winkels.

'En wie moet al dat werk dan doen?' zal menig kroegeigenaar me dan vragen.

Volgens mij hebben we dankzij de crisis genoeg werkzoekenden, lijkt me.
© Provinciale Zeeuwse Courant, op dit artikel rust copyright.


Home / Extra / Dossiers / Horeca II