Festivaltijd
Thuis heerlijk zitten op een stoel die eigenlijk niet lekker zit.
Dat kan alleen als je weer eens gekampeerd hebt. Dat deed ik de afgelopen dagen met mijn dochters en met Vera uit Maastricht, een vriendin van mijn oudste. Ja inderdaad, weer een muziekfestival. Werchter in dit geval, vier dagen lang. Twee muziekfestivals in twee weken. Meer overleef ik er niet in een jaar. Met pubers waarvan de eerste om 12 uur 's middags op de festivalweide wil staan en de anderen 12 uur later nog echt die ene band moeten zien is dat niet te doen. Mijn oren hebben overigens genoten en mijn ogen niet minder. Het ochtendtafereel in de enorme circustent was alleen al de moeite waard. Een lange rij in de hoek en niet zoals u zou verwachten voor thee en koffie en ontbijt maar voor de muur met stopcontacten. Met de slaap nog in hun ogen, oplader in de ene hand en smartphone in de andere. Ik keek ernaar en bedacht wat je allemaal met deze elektriciteit zou kunnen doen die zij met z'n allen uit dit net zogen. Hoewel sommigen onder hen onze generatie verwijten dat we de aarde opgebruiken, realiseerde ik me dat deze generatie van tieners en twintigers misschien wel de meest energieverslindende van allemaal is. Maar het is ook een generatie van schatjes, even los van de enkelen die zich als een beest gedragen, maar die konden meteen mooi dienen als fout voorbeeld. In de opvoeding doet zelf ervaren nu eenmaal veel meer dan het verhaal van je moeder aan moeten horen. Ik heb prachtige dingen gehoord en ben even op een sentimental journey geweest bij het concert van de Simple Minds. Daar stond ik naast een twintiger die ieder nummer keihard meezong. Hij vertelde me dat hij het geweldig vond om bij deze band te zijn waar zijn vader 26 jaar geleden ook was geweest. De muziek was meer dan de muziek van Pa. De muziek was waarschijnlijk zijn Pa. Zijn Pa was dood. En hij, hij zong uit volle borst mee ter ere van zijn Pa. Dat is muziek. Dat is mooi.