article
1.6256284
De man tuurde peinzend naar zijn dobber. Bijna windjestil, het riet ritselde op fluistertoon. "En, al wat gevangen?", vroeg ik. Wat moet je anders vragen aan een oude man die met een hengel aan de waterkant zit. Hij haalde zijn schouders op, zijn blik bleef aan de dobber kleven.
Zielig
De man tuurde peinzend naar zijn dobber. Bijna windjestil, het riet ritselde op fluistertoon. "En, al wat gevangen?", vroeg ik. Wat moet je anders vragen aan een oude man die met een hengel aan de waterkant zit. Hij haalde zijn schouders op, zijn blik bleef aan de dobber kleven.
http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-willem-van-dam/zielig-1.6256284
2016-08-11T05:30:00+0000
http://www.pzc.nl/polopoly_fs/1.3970197.1473766074!image/image-3970197.jpg
Wolphaartsdijk,Vrijetijdsbesteding,Zielig,Vissen,Verjaardag,hermes
Columns Willem van Dam

Zielig

Foto's
1
Reacties
Reageer
    De man tuurde peinzend naar zijn dobber. Bijna windjestil, het riet ritselde op fluistertoon. "En, al wat gevangen?", vroeg ik. Wat moet je anders vragen aan een oude man die met een hengel aan de waterkant zit. Hij haalde zijn schouders op, zijn blik bleef aan de dobber kleven.
    Allemaal leuk en aardig hoor, maar dat hele circus komt straks bij mij thuis taart eten.

    Met dezelfde hand waarmee hij kort tevoren een paar maden aan de haak had geregen, tastte hij in een plastic boodschappentas en viste er een boterham uit. Pindakaas, zag ik. Vanuit het riet klonk het gekwaak van een eend. Een beetje pesterig, leek het. In de verte trapt een fietser zich op een dijkje langs een rij hoge populieren.

    "Waar vist u op?", hield ik aan.

    De man tilde het vishoedje van zijn hoofd en legde het in het gras. "Op alles wat maar wil bijten", zei hij. "Een voorntje misschien, een brasem, wie zal het zeggen." Uit de manier waarop hij het zei, sprak weinig hoop. En inderdaad: "Ik geloof niet dat hier veel vis zit."

    "Waarom zit u hier dan?", keek ik hem verbaasd aan.

    "Omdat ik jarig ben."

    "Omdat u jarig bent?"

    "Ja, ik heb vijf kinderen, achttien kleinkinderen en nog een stel neven en nichten. Allemaal leuk en aardig hoor, maar dat hele circus komt straks bij mij thuis taart eten. En daar kan ik niet zo goed tegen, hè, tegen al die drukte. Dus ik dacht: kom Kees, hengel pakken en wegwezen."

    Opnieuw verdween zijn hand in de plastic tas en hij haalde er een thermoskan uit. "Koffie?" Zonder het antwoord af te wachten schonk hij me een bekertje in. Zo zaten we een poosje zwijgend naast elkaar aan de kant van een brede sloot in de Bevelandse polder.

    Ploep, deed de dobber plots en even later lag er een voorntje in het gras te spartelen. Heel voorzichtig haalde de man de vis van de haak en wierp hem terug in het water. "Eigenlijk best zielig, hè?", zei hij.

    Ik knikte: "Eigenlijk best zielig."