article
1.6510866
De sjaal en de gewatteerde jas horen weer bij de ochtenduitrusting. Als de wind in alle vroegte over de velden raast, begint het winterse prikken op mijn gezicht. Een zachte liefkozing en belofte van een naderende winter.
Ochtend
De sjaal en de gewatteerde jas horen weer bij de ochtenduitrusting. Als de wind in alle vroegte over de velden raast, begint het winterse prikken op mijn gezicht. Een zachte liefkozing en belofte van een naderende winter.
http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-marleen-blommaert/ochtend-1.6510866
2016-10-10T06:00:00+0000
http://www.pzc.nl/polopoly_fs/1.3970187.1479714189!image/image-3970187.jpg
Hulst,Taal,Column,hermes
Columns Marleen Blommaert

Ochtend

Foto's
1
Reacties
Reageer
    De sjaal en de gewatteerde jas horen weer bij de ochtenduitrusting. Als de wind in alle vroegte over de velden raast, begint het winterse prikken op mijn gezicht. Een zachte liefkozing en belofte van een naderende winter.

    Toch hebben veel bomen hun herfsttooi nog niet aangetrokken. Aarzelend verschijnt hier en daar een toets geel, maar veel is nog groen.

    Vandaag heeft de wind vrijaf. Het is nu nog fris maar als de wind zich schuil blijft houden, zal het een zeer aangename temperatuur worden. Meer nazomer dan herfst op deze zondag. Ergens hoor ik de brander van een ballon. Zwevende Zeeuwen op zondagochtend in een rieten mand boven de polders. Ze horen ongetwijfeld het geblaf van mijn hond die de honden van de buren begroet. Misschien zien ze ons, een groene en zwarte stip in een verder verstild polderlandschap.

    Misschien zeggen ze wel tegen elkaar: 'Jammer van dat geblaf, verder is het onwerelds rustig'. Misschien nemen ze letterlijk afstand van al het aardse op deze manier en overzien ze opeens de situatie waarin zij zich bevinden en hoe kwetsbaar alles is. Dat gebeurt immers bij astronauten. Dus waarom niet bij ballonvaarders?

    Misschien krijgen ze wel de prachtigste invallen voor een boek of een schilderij, voor een huis, voor een betere wereld.

    Ik loop verder. Het water op de kreek is zwart en stil. De oude knotwilgen tonen hun verweerde hart. In de loop der tijd is de stam gespleten en heeft zo ruimte gemaakt voor allerlei andere planten en sporen die dankbaar gebruik maken van zijn beschutting. Zachtjes dobberen hun spiegelbeelden in het water van de kreek. Een wereld waar de zaken altijd op z'n kop staan. Naast de bomen drijven ganzen in dubbelbeeld voorbij. Ze zijn weer terug. Het wordt zeker winter, maar nu nog even niet.