article
1.6410992
Mijn arm ziet eruit als na een woeste worsteling met een bruut met handen als kolenschoppen. Om u direct gerust te stellen, dat was gelukkig niet het geval. Het zijn geen afdrukken van vingers maar afdrukken van de nagels van mijn hond. Grote hond, grote nagels, twee poten, veel blauw.
Gered
Mijn arm ziet eruit als na een woeste worsteling met een bruut met handen als kolenschoppen. Om u direct gerust te stellen, dat was gelukkig niet het geval. Het zijn geen afdrukken van vingers maar afdrukken van de nagels van mijn hond. Grote hond, grote nagels, twee poten, veel blauw.
http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-marleen-blommaert/gered-1.6410992
2016-09-19T04:30:00+0000
http://www.pzc.nl/polopoly_fs/1.3970187.1473765968!image/image-3970187.jpg
Recreatie,Gered,hermes,Vlissingen
Columns Marleen Blommaert

Gered

Foto's
1
Reacties
Reageer
    Mijn arm ziet eruit als na een woeste worsteling met een bruut met handen als kolenschoppen. Om u direct gerust te stellen, dat was gelukkig niet het geval. Het zijn geen afdrukken van vingers maar afdrukken van de nagels van mijn hond. Grote hond, grote nagels, twee poten, veel blauw.
    Dolgelukkig is ze als we weer uit het water zijn.

    Waarom? Uit pure liefde en trouw is het antwoord. Vorige week was het één van die laatste, heerlijke zwoele avonden en een vrije dag, dus gingen meneer B, hond en ik naar zee. Door allerlei omstandigheden was dat veel te lang geleden.

    Gelukkig bestaat zo’n badpak uit elastisch materiaal denk ik terwijl ik me erin hijs. We rijden naar het strand bij Groede. Onze zwarte herder wordt woest aangeblaft door allerlei kleins en wits en ik ben blij dat die de andere kant oplopen. De laatste keer dat ze ging spelen met zoiets in de branding verzoop ze zo’n mormel bijna. Heel blijmoedig hoor en vrolijk, maar zo lang kun je zo’n hondje ongestraft nu ook weer niet onder water houden.

    Bij het water aangekomen, trek ik mijn kleren uit en stap resoluut de golven in. De hond kijkt en volgt maar moet niet veel van de golven hebben. Net als mijn vorige herder gaat ze tot haar buik in het water. Voor herders is dat ver genoeg.

    Ik loop tot mijn middel het water in en zo ontstaat er een ruime afstand tussen ons. Ik loop nog wat te talmen voordat ik me achterover laten vallen om op de golven te dobberen. Als ik dat eindelijk doe, verandert de herder in een waterhond en klieft als een scherp jacht door de golven om haar baas te redden.

    Ik kom snel overeind maar het kwaad is al geschied. In een oogwenk is ze er en probeert me onhandig uit het water te halen. Dolgelukkig is ze als we weer uit het water zijn. Ik wrijf de pijnlijke schrammen en bulten op mijn armen. Als ik vraag of meneer B. wil zwemmen antwoordt hij: nee hoor schat, een andere keer misschien. Hij hoeft nog niet gered.