article
1.6514541
Ik weet nog goed hoe we in ons huis trokken, twintig jaar geleden. Ik had de sleutel opgehaald bij de makelaar en was meteen doorgefietst om de slaapkamervloeren van het leegstaande pand op te meten. Terwijl ik op mijn knieën met de duimstok in de weer was, hoorde ik gestommel op de kale trap. "Hallo, hallo...buurman?”
Buren
Ik weet nog goed hoe we in ons huis trokken, twintig jaar geleden. Ik had de sleutel opgehaald bij de makelaar en was meteen doorgefietst om de slaapkamervloeren van het leegstaande pand op te meten. Terwijl ik op mijn knieën met de duimstok in de weer was, hoorde ik gestommel op de kale trap. "Hallo, hallo...buurman?”
http://www.pzc.nl/extra/columns/columns-ernst-jan-rozendaal/buren-1.6514541
2016-10-11T07:00:00+0000
http://www.pzc.nl/polopoly_fs/1.6384051.1473765914!image/image-6384051.jpg
Middelburg,Wonen,Column,hermes
Columns Ernst Jan Rozendaal

Buren

Foto's
1
Reacties
Reageer
    Ik weet nog goed hoe we in ons huis trokken, twintig jaar geleden. Ik had de sleutel opgehaald bij de makelaar en was meteen doorgefietst om de slaapkamervloeren van het leegstaande pand op te meten. Terwijl ik op mijn knieën met de duimstok in de weer was, hoorde ik gestommel op de kale trap. "Hallo, hallo...buurman?”
    Twee werelden onder één kap

    Dat was mijn eerste kennismaking met meneer Van Oosten, zoals we hem altijd zijn blijven noemen. Hij was een oude Walcherse landbouwer die met zijn immer in klederdracht gestoken vrouw een boerenhof buiten Koudekerke had verruild voor een karakteristiek, aan de rand van Middelburg gelegen huisje, dat aan het eind van de oorlog tot op enkelhoogte in het zoute water had gestaan.

    Het aangrenzende waterhuis was nu het domein van ons nog niet complete gezinnetje, met Zeeuwse en Amsterdamse roots. Twee werelden onder één kap, zou ik bijna zeggen, ware het niet dat de geschakelde woningen elk hun eigen puntdak hebben.

    Voor mijn randstedelijke studievrienden waren onze buren een bezienswaardigheid. Maar van de spreekwoordelijke stugheid hebben wij nooit iets gemerkt, dat bleek al op die eerste dag. Gereserveerdheid wel.

    Dat herkende ik zaterdag in het verhaal over het door de PZC gepresenteerde buurtonderzoek. Zeeuwen zijn goed met hun buren, maar al te joviaal hoeft het niet te worden.

    Van achter de ontbijttafel zagen we meneer Van Oosten elke dag de straat oversteken om zijn Reformatorisch Dagblad te ruilen voor de PZC van de overburen. Licht gebogen kwam hij dan teruglopen, dikwijls met een verhaal van mij in zijn hand, en ik wist al welk.

    Dan schoot mijn arm omhoog voor een ochtendgroet die hem onmogelijk kon ontgaan. Hij hield zijn ogen recht voor zich gericht, nooit keek hij bij ons naar binnen. Maar hij groette wel degelijk terug, door alleen eventjes zijn wijsvinger op te tillen.