Deze jongeren poseren graag met hun uitvindingen, maar politieke partijen maken van innovatie geen prioriteit.
Volledig scherm
Deze jongeren poseren graag met hun uitvindingen, maar politieke partijen maken van innovatie geen prioriteit. © copyright Marc Bolsius

Wie maakt de meeste ruimte voor vernieuwing?

Elk land heeft innovatie nodig om welvarend en concurrerend te blijven, maar voor de meeste politieke partijen is innovatie geen prioriteit. Zo blijkt uit de CPB-doorberekening van de verkiezingsprogramma’s.

Innovaties als het deelplatform Peerby, kamerverhuurbedrijf Airbnb of de deelauto van Snappcar vormen inmiddels een serieuze bedreiging voor traditionele bedrijven en sectoren. Máár op financiële steun uit politieke hoek, hoeven bedrijven de komende vier jaar niet echt te rekenen.

Kritiek
De meeste politieke partijen lijken het erover eens dat het innovatiebeleid van het huidige kabinet niet heeft gewerkt. De afgelopen jaren is er al veel kritiek geweest op onder andere het Topsectorenbeleid dat in 2011 is ingevoerd om samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschap en overheid te bevorderen. Een aantal partijen wil dat er minder overheidsgeld naar toe gaat.

Verder blijken de meeste politieke partijen twee fiscale maatregelen - bedoeld als stimulans voor bedrijven om te innoveren - terugschroeven of zelfs helemaal schrappen.

Innovatiebox
Zo denken SP, GroenLinks, SGP en DENK 500 miljoen te kunnen besparen door de zogeheten ‘Innovatiebox’, een aftrekpost in de vennootschapsbelasting voor bedrijven, helemaal af te schaffen. De PvdA, ChristenUnie en D66 willen bezuinigen door het belastingtarief omhoog te trekken.

Duidelijk is dat de meeste politieke partijen een ander innovatiebeleid willen voeren, maar hoe dat beleid er dan precies eruit moet komen te zien blijft onduidelijk. 
Een van de weinige partijen die het bestaande innovatiebeleid wil vasthouden én extra wil investeren in innovatie, is het CDA. De Christendemocraten willen enerzijds het topsectorenbeleid en de zogeheten TKI-regeling (Topconsortia voor Kennis en Innovatie) verruimen met 100 miljoen euro en anderzijds nog eens 200 miljoen intensiveren in innovatie, met name gericht op het midden- en kleinbedrijf.