Volledig scherm
© EPA

Kiezen we voor rijkdom of gelijkheid?

In het verkiezingsprogramma van de SP komt het woord ‘ongelijkheid’ gek genoeg maar één keer voor, maar uit de doorrekeningen van het Centraal Plan Bureau (CPB) blijkt dat de socialisten een onversneden links verkiezingsprogramma hebben samengesteld. 

Bij geen enkele andere partij wordt de ongelijkheid zo sterk teruggedrongen als bij de SP. Ook andere linkse partijen, met name GroenLinks en PvdA, dringen de ongelijkheid terug. In hun verkiezingsprogramma wordt het woord overigens 20 keer genoemd.

Inkomensverdeling
Het is voor het eerst dat het CPB specifiek kijkt naar de effecten van de partijplannen op de inkomensverdeling in Nederland. Sinds een paar jaar is die verdeling onder het vergrootglas komen te liggen. De positie van lage- en middeninkomens is, ondanks economische groei, nauwelijks verbeterd, blijkt uit veel onderzoeken en cijfers.

Het CPB meet de inkomensongelijkheid in de nieuwe versie van Keuzes in Kaart met de zogenaamde gini-coëfficiënt. Die laat zijn welk deel van het inkomen terecht komt bij welk deel van de bevolking. Nederland heeft traditioneel, ten opzichte van andere landen, een tamelijk gelijke inkomensverdeling.

Ongelijkere verdeling
Er zijn twee partijen die er met hun beleid voor zouden zorgen dat die verdeling ongelijker wordt – de VVD en vooral VNL van lijsttrekker Jan Roos. In beide programma’s komt het woord ongelijkheid dan ook niet voor.

Ook voor de koopkracht van consumenten pakt het programma van de SP het beste uit: zowel werkenden (plus 2 procent) als uitkeringsgerechtigden (plus 3,2 procent) gaan er sterk op vooruit. Dat heeft echter wel een prijs. De houdbaarheid van de overheidsfinanciën gaat er bij de socialisten sterk op achteruit. Die houdbaarheid is bij andere partijen een stuk beter.

Qua groei van het nationaal inkomen ontlopen de partijprogramma’s elkaar weinig.