Celine Sprenger verruilde de open vlaktes van Zeeland voor de bossen van Brabant. Zeeland blijft de plek waar ze een geweldige jeugd beleefde. foto Annemiek Mommers
Celine Sprenger (tweede jaar Hogere Hotelschool in Maastricht) ging toen ze negen was van Zeeland naar Brabant. "Mijn vader is geboren in het Limburgse Brunssum en mijn moeder in België. Hoewel mijn ouders dus niet Zeeuws zijn, heb ik wel veel familie in en rond Terneuzen en ik ben er zelf ook geboren."
"Toen ik twee was, verhuisden we naar Nieuwerkerk. Tot mijn negende
woonde ik daar in een monumentenpand in de Hoge Kerkstraat. Ik herinner me
dat mijn vader wees: kijk, tot daar kwam het water. Ik heb heel mooie
herinneringen aan Nieuwerkerk, aan Zeeland. Aan de stilte, de open vlaktes,
de rust, de zee. Mijn beste vriendin woonde op een boerderij, met grote
velden eromheen en schapen. We speelden spelletjes op het land, we sprongen
slootjes, probeerden kippen te vangen. Fijne herinneringen zijn dat.
Toen ik negen was, vertelde mijn vader me dat we gingen verhuizen. Dat vond ik
heel erg. Het was voor de overgang naar groep zeven en ik had een grote
vriendengroep opgebouwd. Ik begon net te beseffen wat vriendschap betekent.
Tegelijkertijd vond ik het spannend. Ik hield wel van avontuur en nieuwe
dingen.
Het huis in Soerendonk was groot, er was een grote tuin, er
waren bomen. Op die open vlaktes van Zeeland had je altijd die koude wind.
In Brabant was de beschutting van bos, alles was groen, ik vond het heel
romantisch en rustgevend. Dat heeft me verzoend met Brabant. Toch heb ik de
zee heel erg gemist. We hebben mijn nieuwe kamer ingericht met zee-behang en
zee-gordijnen en overal in de kamer lagen schelpjes, haaientandjes en
zeesterren. Wat je meestal hoort over de Zeeuwen is dat ze vrij stug zijn,
qua karakter. Dat ze mensen niet zo snel toelaten. Ik denk dat dat misschien
wel waar is, maar als je eenmaal echt bevriend bent met een Zeeuw, is het
ook voor honderd procent. En het zal in het begin misschien wat moeilijker
zijn, maar daarna is de vriendschap ook blijvend. Brabanders staan juist
weer bekend als open, vriendelijk, vrolijk, allemansvrienden. Mijn ervaring
is dat ze toch vooral gericht zijn op de familie en de mensen die ze van
oudsher kennen. Dat merkte ik goed omdat ik in een klein dorp terechtkwam.
Iedereen was familie van elkaar. Ik herinner me de ontvangst wel als
hartelijk, open en vriendelijk, het voelde alsof je direct voor honderd
procent geaccepteerd werd. Maar je ziet dat er toch verschil is: familie
komt altijd op de eerste plaats.
Ik denk met liefde terug aan
Zeeland. Ieder kind verdient een jeugd in Zeeland. Om vrijheid te hebben,
open land, echt kind te kunnen zijn. Zeeland is ideaal voor kinderen - tot
je een jaar of dertien bent, denk ik. Als je ouder bent ga je de grote
koopcentra missen, de grotere uitgaansvoorzieningen, denk ik. Dan gaat het
gebrek aan openbaar vervoer spelen. Als mijn ouders in Zeeland zouden wonen,
zou het toch heel moeilijk zijn om er te komen, vanuit Maastricht."
Volg het debat woensdag 18 maart van 14 tot 16 uur via www.pzc.nl of www.zeelandnet.nl/pzcdebat .














