Marianne Lako bekommert zich om kinderen die hun huis zijn kwijtgeraakt.
Volledig scherm
Marianne Lako bekommert zich om kinderen die hun huis zijn kwijtgeraakt.

'Veel Haïtianen dachten: het valt wel mee'

SOUS SAVANNE/MIDDELBURG - Het beekje voor hun huis veranderde in een wilde, snelstromende rivier en hun bananenbomen gingen één voor één neer. Zeeuwen René en Marianne Lako waren afgelopen week getuige van de verwoesting die orkaan Matthew op Haïti aanrichtte.

Het echtpaar woont zo'n 40 kilometer ten westen van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince in Sous Savanne. Net als in de rest van het land hield Matthew daar flink huis. Er is veel wateroverlast, bomen vielen om, veel dieren stierven en oogsten gingen verloren.

Woensdag is het echtpaar begonnen de schade te inventariseren. "Tot nu toe: zes huizen verwoest en veel andere huisjes, vaak hutjes, hebben schade", zegt René. In het zuidwesten en zuiden van het land is de schade nog veel groter, weet hij. "Enkele bruggen zijn verwoest of beschadigd en zijn niet begaanbaar vanwege overstroming."

Op maandagochtend werden de eerste tekenen van Matthew zichtbaar op het eiland. De orkaan nam zijn tijd: 'een orkaan met slakkengang', omschrijft Marianne de eerste dag, waarin een beetje regen viel en er weinig wind was. In de nacht die volgde nam de wind in kracht toe en begon het harder te regenen. Om 5 uur 's morgens stonden ze op, dronken René en Marianne nog rustig een kopje koffie op de veranda. Daarna volgden spannende uren.

Het internet viel uit, de telefoon werkte nog wel. Het echtpaar werd op de hoogte gehouden met berichten van het Hope Force International kantoor en familie.Rond drie uur 's middags waagt René zich naar buiten om poolshoogte te nemen bij de buren. "Die maakten het naar omstandigheden goed." Het dak van de kerk in het dorp was er door de harde rukwinden afgewaaid. Verschillende bewoners begonnen meteen met het opruimen van de dakplaten.

Voldoende water

René en Marianne hadden besloten om niet te vluchten. "In ons stenen huis waren we veilig", zegt hij. "We hadden voldoende water, voedsel en dergelijke ingeslagen en alle losliggende spullen in de tuin opgeruimd."

In hun omgeving waren scholen en kerken ter beschikking gesteld voor opvang. Daar werd maar weinig gebruik van gemaakt. Volgens René komt dat doordat de meeste scholen nog altijd niet van steen zijn. Sommigen wilden hun huis helemaal niet uit, omdat ze hun spullen wilden beschermen tegen diefstal. Bovendien dachten veel Haïtianen dat het allemaal wel mee zou vallen.

René en Marianne wonen sinds 2010 op Haïti. Ze werken voor de Amerikaanse stichting Hope Force International die hun dorpsomgeving in Haïti probeert op de bouwen na de aardbeving van 2010 waarbij ruim 230.000 slachtoffers vielen. Anderhalf miljoen mensen raakten dakloos.

Volg René en Marianne via hun website: www.lakomission.com