Volledig scherm

Tweede dag Concert at Sea: Dáárvoor kom je naar een festival

BROUWERSDAM - De tweede en laatste dag van Concert at Sea zit erop - een terugblik.

Alsof ze een verloren gewaande geliefde ontmoette. Zangeres Skin van de Britse band Skunk Anansie begroette zaterdagavond het publiek niet, ze bestormde het. Vanaf de eerste tonen leek ze ontketend. Al in het derde nummer waagde ze zich, ondanks een gekwetste rug, aan een staaltje crowdsurfen. Op handen gedragen door de festivalgangers.

De laatste hitparadenotering van Skunk Anansie mag dan dateren van eind jaren negentig, op de Brouwersdam leek de tijd geen vat te hebben gehad op band, zangeres en muziek. De hits van weleer 'Weak' en 'Hedonism' klonken zelfs krachtiger dan in de herinnering en het recente repertoire deed daar weinig voor onder. In slotnummer 'Little Baby Swastikkka' begaf de onvermoeibare Skin zich andermaal tussen het publiek en liet zich willig kussen door een fan.

Dát zijn de acts waarvoor je naar een festival komt, omdat ze je het gevoel geven iets bijzonders mee te maken. Die had Concert at Sea (dat na de natte vrijdag zijn onverwoestbare optimisme zaterdag zag beloond met een blauwe hemel) er dit jaar meer.

Typhoon was daarvan vrijdag al een onbetwist en memorabel voorbeeld, terwijl hoofdact Faithless weliswaar een imposante show neerzette, maar haar 'We come 1'-missie toch slechts ten dele waarmaakte. Zaterdag waren het vooral ook Jett Rebel en De Jeugd van Tegenwoordig die voor sensatie zorgden.

Jett Rebel, die - zoals hij zelf zei - 'eindelijk op het grotemensenpodium' van Concert at Sea was geprogrammeerd, stuiterde met gestifte lippen al in het eerste nummer in het rond en leek zich met zijn energie nauwelijks raad te weten. Gaandeweg kreeg hij zichzelf enigszins in toom, maar in muzikaal opzicht bleef het enfant terrible van de Nederlandse popmuziek, 'half mens, half gitaar', aangenaam balanceren op de scheidslijn tussen gek en geniaal.

De onbeschaamde jongens van De Jeugd van Tegenwoordig rapten elke scepsis tot ver achter de horizon. Met hun onnavolgbare teksten, dwingende beats en heel veel 'Handen in de lucht!' en 'Dat kan harder!' kregen ze vrijwel iedereen mee, zeker toen 'Watskeburt' werd ingezet. ,,We hebben niet meer hits, toch?" En jawel, daar dwarrelde ook 'Sterrenstof' op de festivalgangers neer.

Minder overtuigend waren The Common Linnets. Na een verrassingsoptreden op het mudvolle strand - misschien wel de mooiste plek van het festival - stond de nieuwe band van Ilse DeLange op het hoofdpodium. Eersteklascountrypop met keurige samenzang, dat wel, maar als festivalact minder enerverend dan DeLange in haar vorige muzikale leven. Afgezien dan van de gitaarsolo's van JB Meijers, die niet naliet om het publiek te wijzen op zijn Zeeuws-Vlaamse wortels.

Op het Umojapodium, met een gezonde dosis branie ingeluid door de jonge gasten van PEER (hét Zeeuwse poptalent van dit moment), was Lucas Hamming een van de smaakmakers, met een even afwisselend als hoogstaand optreden. Die zien we nog wel eens terug op het hoofdpodium.

Gastheer Bløf sloot zaterdagavond, zoals (bijna) elk jaar, de elfde editie af. Zanger Paskal Jakobsen sprak voorspelbare maar niet minder gemeende en gerechtvaardigde woorden. ,,Wat een prachtige editie", zei hij. ,,Er is geen beter publiek dat dit publiek."

De band had diverse surprises in petto. Zo klonken, als voorbode van het album dat in 2017 verschijnt, twee nieuwe nummers: het meteen volop meegezongen 'Over de dam' (hoe toepasselijk!) en een samen met Typhoon. Halverwege de set speelde Bløf vier nummers boven op het techniekhuis midden op de dam, waaronder het duet 'We doen wat we kunnen' met Stephanie Struijk (voorheen Stevie Ann). In 'Ze is er niet' bleef het drumstel onbemand, maar speelde de vijftien jaar geleden overleden Chris Götte in beeld en geluid virtueel mee.

Het is knap als je na al die jaren, op je eigen 'feestje' voor een veelal trouw publiek, nog steeds weet te verrassen, te imponeren en zelfs te ontroeren. Dáárvoor komt men naar een festival. Elk jaar opnieuw.