Volledig scherm
© Rolf Hensel

Meeste geld voor krimp naar Zeeuws-Vlaanderen

MIDDELBURG - Hoeveel geld krijgt de provincie eigenlijk van het Rijk om krimp te bestrijden? Dat wilde de Partij voor Zeeland wel eens weten. Het dagelijks provinciebestuur heeft het op een rijtje gezet.

Vanaf dit jaar tot en met 2020 is er ruim anderhalf miljoen euro beschikbaar voor Zeeuws-Vlaanderen. Vorig jaar kreeg Zeeland 115.000 euro uitgekeerd. Daarvan ging het meeste naar Walcheren en Schouwen-Duiveland.

Gemeentefonds

Statenlid Francois Babijn diende vorige maand een flink lijstje met vragen in. Waaraan is het geld uitgegeven, in welke Zeeuwse regio is er geld op de plank blijven liggen en kan het Rijk geld dat niet of per ongeluk verkeerd besteed is ook weer terugvorderen?

Het meeste moet nog worden uitgegeven, maar niet door de provincie. Tot en met 2020 ontvangen de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst gezamenlijk 395.667 euro uit het Gemeentefonds. Dat geld is niet geoormerkt. De gemeenten kunnen dus zelf bepalen hoe ze daarmee het best de krimp kunnen bestrijden.

Uitgave bedrag

De provincie ontvangt geld uit het Provinciefonds. De krimpfactor is een van de factoren die bepaalt hoeveel. Dat betekent niet dat het geld bestemd is voor een bepaalde regio of een bepaald doel. Provinciale Staten stellen bij het vaststellen van de begroting elk jaar zelf vast waaraan het geld wordt uitgegeven. Dat kan zijn aan het fietsvoetveer of het openbaar vervoer, zoals Babijn suggereerde. Omdat het Rijk geen voorwaarden stelt aan de besteding van het geld, kan het ook niet worden teruggevorderd, omdat het verkeerd zou zijn uitgegeven.

Vorig jaar heeft Zeeland ook nog een eenmalige bijdrage van 115.000 euro gekregen van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor de uitvoering van het Actieplan Bevolkingsdaling. Daarvan ging 25.000 euro naar de 'krimpregio' Zeeuws-Vlaanderen en 45.000 euro naar zowel Walcheren als Schouwen-Duiveland, die zijn aangemerkt als 'anticipeerregio's', gebieden die voorbereid moeten zijn op krimp van de bevolking.