Onderstroom
Uren
Met mijn handen op de reling
Monstrueuze duwbakken varen onder me door
Enkel het ruisen
Van de wind door de staalkabels hoor
Speling
Van het lot Is wat me dagelijks overkomt
Terwijl op de achtergrond
Het ruisen verstomd
Sta ik in een kamer
Met hoogpolig tapijt
Schoonouders
Koophui
Goede baan
De weg is geplaveid
Met goud en diamanten
(Toch kruipt de kou langzaam door mijn wanten)
De deur gaat open
Ik zie mensen staan
Met lege blikken
Staren ze me aan
Niks te vertellen
Alles is al een keer gezegd
Ze hoeven niet te bellen
Alles al duizend keer uitgelegd
In de hoek staat een televisie aan
Waarop alle RTL's
Weer aan me voorbij gaan
Sluit mijn ogen
En open ze weer
Zie telkens hetzelfde
Wat ik ook doe, denk of wil
De acties
Maken geen verschil
Ik stap door het venster
En ben weer terug
Op de brug
Stap
Op de reling
Spring
De wind waait langs mijn gezicht
Tot in de onderstroom
(Luctor et emergo)
Water
Zon en zee
En zand en
Weer
Wordt een hoop duidelijk
Over het vinden van eenzaamheid
Tijd
Voor de persoon
Zelfs met een miljoen mensen
Om me heen
Die 1
Te voelen
Duidelijk overduidelijk
Als die ene zon
Die enige zon
Die zee
Enig water
Verdampt, en reist
Herrijst
Ook de eigen geest
Een persoonlijkheid
Dierlijk, beest en mens
Bovenal Is deze slechts Solist
Spelt zijn symfonie
Zonder verder nog behoefte te horen
Zich aan de wereld niet meer te storen
Droom
Damp, regen, stoom
Eindigend In de golfstroom


















