Klaproos
zoals het zand onder mijn voeten
me schurend de waarheid doet voelen
zo is mijn schelp
geopend door jouw zachtheid
de parel die ik bezit blijft voor eeuwig mijn kleinood
zo af en toe zal ik haar poetsen
als een ruwe diamant
zoals een ontluikende klaproos
zacht zoet tussen ander onkruid
maar sterk door eenvoudige schoonheid
met een zilveren rand
tatoeage
als een tatoeage op je ziel
sluipt ze ongemerkt naar binnen
ze wroet, doet en bepaalt nog steeds
de intentie van jouw zinnen
haar schoonheid staat gelijk aan moord
paranoia van het zuiverste soort
jij zal nooit opnieuw beginnen
het verleden haalt het heden in en blijft de toekomst
tis Lente!
Stralende gedachten,
grote glimlach op de fiets.
Het langverwachte zachte,
tis lente uit het niets.
Even ontoerekeningsvatbaar,
gierend van de pret.
Nog een tandje harder,
de hoogste versnelling is aan zet.
Van bovenaf de berg,
keihard naar benee.
Een bagagedrager vol met dromen,
ga je met me mee?
En dan eindelijk; koning winter,
onuitwoestbaar uitgewist.
Zat even niet op te letten,
bijna de aftrap van het voorjaar gemist.
Smoeltje in het zonnetje,
iemand mn zonnebril gezien?
Nog even beschermend smeren,
een beetje factor 10.
Likkebarend lekker,
een ijsje zonder of met,
een dot slagroom, chocodip.
Dat is toch je van het!
Schapenwolken tellen,
op je rug in het gras.
Ik zou wel heel graag willen,
dat het een heel jaar voorjaar was!
Niet beschikbaar!

















