SCHAPENWOLKJES
Als honderden, opeengepakte, slapende schaapjes
liggen de witte-watten-wokjes dicht
tegen elkaar aan gedrukt te wachten op de wind.
Bij het eerste zuchtje
maken ze zich langzaam een voor een los van het geheel,
steeds verder en sneller afdrijvend van de massa.
In het spel met de aanwakkerende wind
worden ze kronkelend van vreugde om hun komende vrijheid,
uit elkaar gejaagd.
Van vorm veranderend, wijder en doorzichtiger.
Uiteengereten pluisjes worden langzaam zwevende flarden.
Dan resten slechts nog vage mistige strepen.
Tot uiteindelijk, in niets anders dan licht en ruimte,
de lucht achter de verre horizon verdwijnt.
(oktober 2006)
WESTERSCHELDE-AVOND
Zittend, in gedachten, op de glooiing
Vlakbij een kalm kabbelende zee
Zie 'k links in Terneuzen al wat lichten branden
Rechts doet het volle avondlicht nog mee
Het is zo helder, 'k zie aan de overzijde
Witte hokjes in rijen op het strand
Schepen die hun loods hebben gekregen
Stomen op, naar een vreemd en heel ver land
Mijn hoofd, zo vol met warrige gedachten
Is moe en wil nu echt alleen maar rust
Door het ruisen van die kabbelende branding
Worden de spanningen en zorgen wat gesust
De strepen aan de horizon verkleuren
Van geel via lila en oranje naar het grijs
Ook de vogels lijken nu hun rust te nemen
Een donkere onderbreking van hun reis
Om me heen is het steeds rustiger geworden
Ook in mij daalt de stilte langzaam neer
Ik zit nog even voor me uit te kijken
En voel en meer en meer relaxte sfeer
De nacht omarmd me langzaam met zijn duister
Maant me nu eindelijk eens op te staan
Om onder het zwakke licht van vele sterren
Met minder zorgen weer naar huis te gaan
(11 juli 2007)
Decemberlicht
De hemel kleurt in rood en gouden banen
langzaam trekt het donker naar de nacht
er is een spannend spel van licht en duister
voor er een einde komt aan deze pracht
in het oosten, achter mij, is het al donker
maar voor me geeft de horizon zijn licht
aan wat verdwaalde donkergrijze wolken
die aan de bovenkant zijn uitgelicht
een baan van donker, duister trekt zich samen
en komt dan langzaam zwevend bij elkaar
de zon, die al een uurtje is verdwenen
maakt even nog haar stralende gebaar
als een fontein van licht die stil gaat sterven
worden de laatste stralen zon gedoofd
nu heerst het donker tot de nieuwe morgen
die weer een volgend lichtspel heeft beloofd
(24 december 2006)
WISSELWEER
De zee is vlak, de zon staat hoog
En dan opeens; een regenboog.
Een donkere wolk drijft naar de kust
waar hij de zonnestralen blust.
Druppels maken op het strand
putjes in het warme zand.
De wind trekt aan , rukt aan mijn jas.
Ik zoek beschutting, versnel mijn pas.
Eerst was de zee nog helder blauw,
nu oogt ze wild en grijs en grauw
Even plotseling is 't weer voorbij
en komt de zonnewarmte vrij.
Nog even en dan kan mijn jas
weer opgevouwen in de tas.
De bui trekt weg, het zand wordt droog.
Hij staat er nog, de regenboog.
'k Zie witte watten langs de lucht.
Wat is dit mooi, ik slaak een zucht
en ik bedenk: het is echt fijn
deelgenoot van wisselweer te zijn.
(September 2006)
Niet beschikbaar!

















