Die gestorven is (in 2006) als Gerard Reve, heette eigenlijk Gerard Kornelis van het Reve en publiceerde in 1947 als Simon van het Reve zijn eerste roman: De avonden. 'Een winterverhaal', zoals de ondertitel luidt. En dat beschrijft dan de laatste tien dagen van 1946 vanuit de beleving van de kantoorklerk Frits van Egters. In die tien dagen gebeurt er niets van belang, en het is dat lege, beklemmende, kleinburgerlijke, wat zeker een deel uitmaakt van het 'shockeffect' dat de roman veroorzaakte. Sommige critici hadden het over 'mensonterend proza'. Godfried Bomans had 'zelden een boek gelezen zo naargeestig, zo grauw, cynisch en volstrekt negatief'.
Een andere oorzaak voor die slechte ontvangst was het macabere, dat met die leegte ondertussen wel onder de huid van Frits van Egters gekropen blijkt te zijn. Hij heeft enge dromen, vreemde fascinaties (voor eczeem en kaalhoofdigheid), doet krasse uitspraken (bijvoorbeeld over kanker, wat hij een 'mooie, machtige ziekte' noemt) en gedraagt zich vreemd (zo pist hij uit verveling in de laaiende kolenkachel). Allemaal zaken die De avonden in de jaren vijftig vooral populair maakte bij pubers en adolescenten. Misschien zit daar het tijdgebondene, wat misschien dus eerder het leeftijdgebondene is.
Maar het boeiende en tijdloze aan de roman is natuurlijk de dubbele bodem. Achter of onder dit lege en provocerende leventje van Frits gaat een problematiek schuil. Reve benoemt die niet, maar weet hem 'aan te kondigen' in minutieuze details. Er is al veel gezegd over de verdrongen erotiek die eruit spreekt. De latere levensloop van Gerard Reve, zijn 'wilde' relaties met 'Teigetje', 'Woelrat' en 'Matroos Vos' - het plaatst de roman overduidelijk in een autobiografisch perspectief. Minder bekend is misschien dat de schrijver in de jaren vijftig vijf jaar in Engeland woonde en daar onder meer enkele maanden als verpleger in het National Hospital for Nervous Diseases werkte. De manier waarop hij zakelijk koelbloedig de kleine tics van Frits van Egters beschrijft (om de haverklap op zijn horloge kijken, elke stilte die dreigt te vallen gaan opvullen), verraden in 1947 al die intense en oprechte (en zeker niet zieke) belangstelling voor het ziekelijke in de menselijke geest.
De avonden is verfilmd (1989), verstript (2003), vertoneeld (1996). De bewerker van toen, Léon van der Sanden, heeft het nodig gevonden om een nieuwe toneelbewerking te maken. Ik kan daarover zeuren ('armoe aan verhalen'). Ik kan er over juichen ('een verhaal dat nog altijd nieuwe bewonderaars vindt). Ik kan er - laat ik dat maar doen - beter uitermate nieuwsgierig naar zijn.
Het afgelopen weekend zat vol toneel. Op Zeeuwse bodem of net daarbuiten. Daar kom ik er 'buitengaats' niet zo heel veel van tegen. Zelf vind ik het ook wel eens lastig om ver(der) te moeten reizen voor toneel, maar het loont vaak de moeite. In De Werf (Brugge) zag ik Theater Antigone De Kafka's spelen, een vrije interpretatie van een vijftal personages die zo uit de werken van Kafka weggelopen zouden kunnen zijn. Hilarisch en fantasierijk. Het spelplezier droop eraf.
In het Zuiderpershuis in Antwerpen was ik een dag later bij Swchwrm, een toneelbewerking van het kinderboekenweekgeschenk (1998) van Toon TellegenEen begaafd toneelmaker (Guy Cassiers) die put uit het werk van een begaafd schrijver, dat kan heel mooi worden. En dat was het. Inventief vormgegeven, knap verteld, nog in een tweetalig project ook, in Vietnamees en Nederlands. Wonderlijk, hoe je een verhaal ook kunt begrijpen zonder elk woord te verstaan …
Zondagavond dan in Middelburg bij Zeikstad (Urinetown), een satirisch-komische musical. Soms niet onaardig, maar de knipogen naar musicals als Les Misérables en West Side Story waren me toch een beetje te 'amicaal'. Déjà vu.
De Avonden, wo. 15 dec., Stads- schouwburg Middelburg, 20.00 uur.
Niet beschikbaar!


















