KWADENDAMME - Als het Bluesfestival Kwadendamme een graadmeter is voor de actuele stand van de blues in de muziekwereld, dan ziet de toekomst er veelbelovend uit.
Nieuwe invalshoeken, verrassingen en de kwaliteit van de artiesten maakten het voor de echte muziekliefhebber weer de moeite waard een weekendje naar Kwadendamme af te reizen. Behalve van de muzikanten ook een verdienste van de twee organistoren Kees Wielemaker en Peter Kempe, die weten waar de mosterd van de blues tegenwoordig vandaan komt.
Bij de 23-jarige Wouter Verhelst en zijn band The Blue Clay klonk halverwege de semi-akoestische set en nog voor twee uur zaterdagmiddag het 'We gonna rock this house' en daar was niets verkeerds mee gezegd. Een Zeeuwse bluesbelofte die de goede recensies op de eerste cd Ready For Everything ook op een groter podium waar kan maken.
Zeeuwser dan de bluesvertolkingen door Katinka Polderman kan het niet. Samen met de band The Mercyman van haar vriend Bo Blokkker vertolkte ze zaterdagmiddag rootsblues met voor deze gelegenheid speciaal gemaakte Zeeuwstalige teksten. Net als in haar cabaret zoekt Polderman de grenzen op van wat wel of juist niet kan. Georgia Women van R.L Burnside krijgt dan de strofe 'nim mar an van mien, nen vent uut kwèdamme is net as 'n knien'.
Het bleven de jonkies die zaterdag voor de blues zorgden. Met name gitarist Dusty Ciggaar uit de band The Rhythm Chiefs zorgde voor spektakel. Hij mixte de blues met de sound van Les Paul heel natuurlijk met jazz- en rock fragmenten. Vooral de lekker lang uitgesponnen nummers leiden steeds naar nieuwe hoogtepunten.
De drie jonge meiden van The Blues Caravan hadden wat tijd nodig om op gang te komen, alhoewel het Stones-nummer Bitch een toepasselijke en rake binnenkomer is. Maar al na enkele nummers bleek dat de twee Amerikanen en de Britse ieder hun eigen stijl, talent en invloed in de blues stoppen. Dat zorgde voor variatie waarin de 22-jarig Samantha Fish met rauwe stem en dito gitaarsolo's een bijna vanzelfsprekende hoofdrol opeiste.
Zanger en mondharmonicaspeler Brandon Santini pakte die rol ook door ervaring eveneens gemakkelijk op. Zaterdag nog met opzwepende up-tempo versies van Chicago- en Memphis-blues, in de blueskerkdienst gisteren ingetogener met vooral gewaagde gospelinterpretaties. In die kerk mocht de slidegitaar van zijn compagnon Greg Gumpel ook nog eens lekker galmen. De avond daarvoor had Greg al laten horen de perfecte aangever voor Brandon te zijn.
Op die avond was succes toch al verzekerd met drie topacts op een rij: Ian Siegal - met fraaie gastrol van Dusty Ciggaar - slotact Marcus Malone en uiteraard The Juke Joints, bij wie naast nieuw en ouder werk het eerbetoon aan Rory Gallagher niet ontbrak. Onder meer met Going To My Hometown. En dat is wat het Bluesfestival voor de bezoekers toch vooral betekent: een gevoel van thuiskomen.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties
















