Zijn Matthäus Passion is onverslijtbaar, deze muziek blijft boeien, op welke manier zij ook uitgevoerd wordt. Van zeer getrouw: met oude instrumenten, acht solisten en acht repienisten tot en met de romantische versie (over de popversie zwijg ik liever) met een groot dubbelkoor en dito instrumentalisten.
De uitvoering in Vlissingen was er een van de gulden middenweg. Er werd gemusiceerd op oude instrumenten en de interpretatie van de dirigent had overeenkomsten met de authentieke versie. Dat de Vlissingse Oratoriumvereniging (zo'n honderd vocalisten) deze uitdaging aandurft, is op zich al een pluim waard, de manier waarop deze koren de koralen zongen, mocht er zijn. Deze rustpunten in de partituur kregen een vlotte invulling zonder het gebruik van fermates. Af en toe werd deze fermate wel gebruikt en dat zorgde voor een extra dynamisch tintje. De grootste uitdaging vormden echter de turbae, het openingskoor en de slotkoren van deel I en II. Dirigent Pim Overduin had gekozen voor de voorzichtige aanpak en dat was een goede keuze, want hierdoor ontspoorden deze koren niet en werd er voldoende recht gedaan aan de machtige muzikale structuren. Dat dit een beetje ten koste ging van de dramatiek moet je er dan bij nemen. Ook schortte het soms aan transparantie.
In de begeleiding van de koren was het orkest op zijn best. Maar in de aria's en vooral de recitatieven accompagnato schortte het wel eens. Er werd regelmatig te fors en te hard gespeeld. In de begeleiding van de Christuspartij klonk de BC boven de zangstem uit en in de aria's waren de obligate partijen van de blazers, in verhouding met de solisten, te overheersend.
De solistencast stelde niet teleur, maar de een was wel veel beter en boeiender dan de ander. De evangelist/tenor Marten Smeding groeide in zijn rol van verteller. Hij zong vanaf de kansel en bracht zijn tekst met enthousiasme. Hij maskeerde de kleine foutjes op sublieme wijze. Christus/bariton Marc Pantus zong sereen, ietwat vlak, met een mooie baritonstem. De sopraan Laurens Armishaw bracht haar aria's doorvoeld. Haar stem is wat metalliek en klonk soms scherp. In de aria 'Ich will dir mein Herze schenken' was er een discrepantie tussen begeleiding en soliste. Deze aria ademde te weinig. In het duet vormden sopraan en altus een perfecte eenheid. De contratenor Rob Meijers overtuigde in al zijn aria's met een ronde, strakke en soepele stem. Hij zong soms de da capo's met subtiele versieringen. Tenor Arco Mandemakers had het niet gemakkelijk in de twee razend moeilijke aria's. In de aria 'Geduld' viel vooral zijn sotto voce op en de strakke gedegen viola da gamba begeleiding. Bas Ronald Dijkstra zong zowel de kleine partijen als zijn aria's met volumineuze stem. Waarom er zo getrokken werd in de aria 'Komm süsses Kreuz' was onbegrijpelijk. Dirigent Overduin leidde overtuigend. Zijn keuze voor de tempi is discutabel. De dynamische aanpak in deel I werd in deel II ingeruild voor een meer beschouwende. Sommige aria's en recitatieven werden te pathetisch, omdat ze te nadrukkelijk of te langzaam werden vertolkt.



Sorteer reacties
















