Werk van Maartje Korstanje in het Zeeuws Museum in Middelburg: een ongenaakbaar landschap dat verval ademt.
Werk van Cor van Dixhoorn
Bewaerschole Burgh-Haamstede
Ik noemde het een angstwekkend beeld, dat ook medelijden opriep, machteloos
hangend als trofee van een plundertocht over de aarde. Het enorme beeld dat
Korstanje maakte voor de tentoonstelling 'Soort van Steen' in het Zeeuws
Museum, hangt niet, maar ligt uitgestrekt op een lage houten sokkel. Karton,
plastic, pur schuim en aluminiumfolie zijn getransformeerd tot een
ongenaakbaar landschap dat verval ademt. Het heeft dierlijke kenmerken met
slungelige slierten die aan levenloze insectenpoten herinneren. Een lijf
lijkt het, dat er al een tijd ligt en door de tijd en andere dieren en
organismen tot een steeds verder vergaan is veroordeeld, en begroeid raakt
met flarden slijmerige vegetatie. Ook hier is de verwijzing naar trofeeën
aanwezig, mede door een aan de wand hangend beeld dat iets wegheeft van een
schedel. De schoonheid van het onttakelde raakt aan het 18e eeuwse idee van
het sublieme als esthetische ervaring. Kunst zocht men die niet een
geruststellende schoonheid bezat, maar die ontregelde en angst inboezemde,
het rationele én het middelmatige voorbijstreefde. Een voorbode van de
romantiek die het gemoed van de mens in beweging wilde brengen. Ik denk dat
die invalshoek raakt aan de essentie van wat Korstanje beoogt: het wakker
schudden uit de onverschilligheid die het leven ontdoet van zin en
betekenis. Daarmee overstijgt zij de expositie 'Soort van Steen' die
aanleiding was om haar uit te nodigen. Die fraaie opstelling van dierlijke
resten uit een prehistorisch verleden is losgemaakt van elke context en
alleen maar mooi, geruststellend mooi. En hoewel de sculptuur van Korstanje
kunst is, staat die dichter bij de werkelijkheid dan de échte, versteende
botten.
Erki de Vries (1978) en Tim Vets (1974) zetten de Bewaerschole in
Burgh-Haamstede op stelten met hun geluidsinstallatie 'Poltergeist'. De
ruimte is leeg, op wat stoelen na die tegen de wand staan. Er klinkt
voortdurend een hard geluid dat doet denken aan klappen van de hakken van
een groot gezelschap Ierse dansers op een houten vloer. Het is een staccato
ritme waaruit zich soms een enkele lijn losmaakt met een afwijkend getik. De
geluiden worden veroorzaakt door twaalf aan de plafondbetimmering bevestigde
elektromechanische apparaten, elk voorzien van een hamertje en een
luidspreker. Het geheel wordt aangestuurd door een computer. Ik ervaar het
ritme als intens en speels, ook al door dat de Ierse ritmes worden
afgewisseld met Zuid- Amerikaanse. Sommige bezoekers hebben, zo vertelt de
suppoost, associaties met machinegeweren. Daarvoor is het mij te gevarieerd
en te muzikaal. De titel verwijst naar geluiden waarvan de oorzaak
onverklaarbaar is. Ze worden daarom wel gezien als het werk van
'klopgeesten'. Die zouden ook voorwerpen bewegen en elektrische apparatuur
ontregelen. Wie thuis deze verschijnselen meemaakt zal daar niet blij mee
zijn. Een half uur Bewaerschole is leuk, een dag veel en voortdurend aan dit
geluid te worden blootgesteld lijkt me rampzalig.
'Poltergeist' is meer muziek dan beeld. Het is de eerste tentoonstelling van 5
in de reeks 'Occupied Space' die kunstenaars uitnodigt uit te gaan van de
expositieruimte zelf. Dat deed Lizan Freijsen vorig jaar ook al met haar
door de ruimte woekerende schimmels, net zoals Aeneas Wilder met zijn op de
oorspronkelijke functie geïnspireerde metershoge stoelen. Vergeleken daarmee
mist 'Poltergeist' de visuele en inhoudelijke dimensie. Ik moest ook denken
aan 'Innere Stimme': een lege Vleeshal waarin alleen de stemmen klonken van
enkele door de ruimte bewegende zangers. Een dergelijk project had meer
lagen. 'Poltergeist' is niet meer maar ook niet minder dan een bij de ruimte
passend computerconcert. In veel installaties van het duo heeft de
aanwezigheid van de bezoeker invloed op de compositie. Daar merk ik nu niets
van. Dat is jammer. Te veel rekening gehouden met de klopgeesten? Op
donderdag 10 maart zal Tim Vets vanaf 20.00 uur met hen in duel gaan op
gitaar. Dat kan spannend worden.
En dan die lage Middelburgse kelder die Kees de Valk naar zijn held Marcel
Duchamp 'Mon capitaine' noemde. Een plek voor kunst en gesprek, waar elke
zondag De Valk en zijn kompaan Harry Vandevliet bezoekers gastvrij welkom
heten. Deze maand is Cor van Dixhoorn (1952) er te gast. Een schilder die
Zeeland is ontvlucht en in Tilburg is neergestreken. Bekend van ingetogen
composities met herkenbare voorstellingen die tot de essentie zijn
teruggebracht. Een sober en subtiel spel met waarnemen en weergeven, waarin
het alledaagse als bijzonder verschijnt. Een bos sleutels, scheerkwasten,
een paraplu, een paprika en een fuut. De laatste een uitzondering tussen de
levenloze objecten. De fuut, een spitse en golvend gebogen vorm komt terug
als decoratie van een kop en schotel, die in zij- en bovenaanzicht in een
enkele, uit de hand geschilderde lijn is gesuggereerd. De vorm kan ook een
opening zijn die verwijst naar een ruimte achter en het schilderdoek. En een
kader dat de fuut gevangen houdt. Van Dixhoorn weet zo op meerdere niveaus
te boeien als een onderzoekende neef van een oosterse kalligraaf. Want
concentratie staat centraal in elke verfstreek.
Maartje Korstanje: Zeeuws Museum, Abdij, Middelburg. T/m 3/4. Di. t/m zo.
11.00 - 17.00 uur.
Erki de Vries en Tim Vets: Bewaerschole, Weststraat 18, Burgh- Haamstede. T/m
13/3. Wo. t/m zo. 14.00 - 17.00 uur.
Cor van Dixhoorn: Kunstenaarsinitiatief Mon Capitaine, Kinderdijk 56.
Middelburg. T/m 27/2. Zo. 13.00 - 17.00 uur.






















