Dat was het duidelijkst in de Ouverture van de 4de suite in D van Bach. In de werken van Schein en Hammerschmidt zongen de solisten mee met de koorpartijen, een goede, te waarderen gewoonte van NBV. Deze werken met verzorgde basso continuo partijen, genuanceerde koren en serene, legato gebrachte solo's vormden de opmaat voor de composities van Bach.
De cantate Unser Mund sei voll Lachens werd ietwat ontsierd door de niet mooi gezongen tenorsolo. De aria van de alt echter werd vol en met de juiste dosis muzikale emotie gebracht. Ook de basaria Wachet auf klonk heerlijk triomfantelijk.
Trekpleister van dit concert was waarschijnlijk het Magnificat, met ingevoegde lauden. De geschudde loopjes in het beginkoor klonken veelbelovend en zorgden voor een echte muzikale spanning. Ook de Latijnse tekst kwam beter over, want de dictie was goed. Door de vrij lage tempi in de aria's en het duet, die met wisselende kwaliteit werden vertolkt, en de niet echt uit de verf komende fugatische koorgedeelten zakte die spanning echter weg en vormden, vreemd genoeg, de ingevoegde werken van Sweelinck, Verrijt, Schein en J.M. Bach de hoogtepunten. Vooral het Currite pastores, gezongen door de twee sopranen, was een pareltje.
Het initiatief om de NBV naast de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion van Bach ook een kerstconcert te laten verzorgen is waardevol. De uitvoering was uitverkocht. De organisatie overweegt om ook van het kerstconcert een jaarlijks gebeuren te maken.
















