BEIROET - Het Vlaams Belang hoeft niet langer te eisen dat de voorman van de Arabisch-Europese Liga (AEL), Dyab Abou Jahjah, tot ongewenst persoon wordt verklaard, omdat hij voor Hezbollah gevochten zou hebben in Libanon. Tijdens zijn recente bezoek aan dat land gedurende de oorlog met Israël, heeft de AEL-leider namelijk nooit een wapen gebruikt, laat staan dat hij aan de zijde van de radicale sjiitische verzetsorganisatie streed.
„Dyab is tijdens de oorlog ongeveer een maand lang bij ons geweest in Sidon“, zegt de vader van de AEL-voorman, Khalil Dyab Abou Jahjah, gezeten in het familieappartement in de Libanese stad Sidon. „Hij heeft absoluut niet gevochten“, stelt Khalil. En Hezbollah zegt helemaal niets van Jahjah af te weten. Sidon ligt 30 kilometer ten zuiden van de Libanese hoofdstad Beiroet. Het Vlaams Belang eiste in juli dat Jahjah, een Libanees van geboorte, tot persona non grata zou worden verklaard in België. Dit omdat Jahjah volgens de partij een ’huurling’ was die ’in een vreemd leger actief was’. Gedoeld werd op Hezbollah. Abou Jahjah zelf heeft tot dusver pertinent geweigerd enig commentaar te geven op de vraag of hij nou wel of niet heeft gevochten tijdens zijn bezoek aan Libanon.Op de tweede dag van de oorlog, op 13 juli, schreef hij in een op internet gepubliceerde afscheidsbrief dat hij van België naar Libanon wilde reizen. Ook suggereerde Jahjah dat hij van plan was om mee te vechten tegen Israël. „Wat een mooie dag om te sterven“, luidde de slotzin van zijn brief.
„Dyab is een man van het woord, niet van de wapenen“, stelt vader Khalil, die als professor werkt aan de universiteit. „Hij is hier gekomen om morele steun te geven aan zijn familie en zijn land.“ Alleen al de gedachte dat haar zoon met Hezbollah heeft meegevochten, doet moeder Ninette, een lerares, grinniken. Op de vraag waar Jahjah zich tijdens de oorlog bevond, zegt ze: „Bij moeder.“
Hoffelijk
Het appartement van Jahjah’s ouders is gelegen in een rijk gedeelte van Sidon. Het is ingericht met stijlvolle meubels, schilderijen en volle boekenkasten. Abou Jahjah lijkt ondertussen bekender en gevreesder in België en Nederland dan in zijn vaderland. Tijdens een bezoek aan het nieuwe Hezbollah-hoofdkwartier in Beiroet - het oude is plat gebombardeerd - zegt een woordvoerder van de groep nog nooit van Dyab Abou Jahjah te hebben gehoord.
De man legt uit dat Hezbollah selectief is bij het aannemen van strijders. Hezbollah-strijders moeten ook al voor de oorlog lid zijn geweest van de club en dienen een uitvoerige militaire training achter de rug te hebben. „Anders zijn ze alleen maar een gevaar voor zichzelf en anderen.“
Na onderzoek komt woordvoerder Ibrahim Zaraket met een officiële verklaring. „Hezbollah heeft geen enkele informatie betreffende Dyab Abou Jahjah.“
Ondertussen klinkt in huize Jahjah in Sidon het gepiep van een binnenkomend sms-bericht. Terwijl moeder Ninette naar haar mobiele telefoon kijkt, zegt ze: „Een berichtje van Dyab, hij voelt zich een beetje grieperig.“ Beide ouders hebben uitstekend contact met hun zoon en zijn trots op hem. „Hij is een arabische nationalist“, zegt de vader. „Dyab komt op voor de belangen van Arabieren in Europa. Hij heeft weinig op met religie, hij past helemaal niet binnen Hezbollah.“ GPD















