Na het bloedbad verbood het blanke minderheidsbewind de verzetsbeweging en huidige regeringspartij ANC, die tot protest tegen de pasjeswetten had opgeroepen.
Overlevenden en nabestaanden van de slachtoffers kwamen samen in de rooms-katholieke kerk in Sharpeville, 50 kilometer ten zuiden van Johannesburg. Het gebouw heeft een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen de apartheid. Op het kerkhof van de stad werden kransen gelegd bij de graven van de slachtoffers.
Vicepresident Kgalema Motlanthe riep de Zuid-Afrikanen op alleen vreedzaam te demonstreren. ,,De mensen uitten in 1960 hun protest niet door bibliotheken in brand te steken en overheidsgebouwen te plunderen. Integendeel, zij lieten hun pasje thuis en liepen vreedzaam naar de politiebureaus om zich te laten arresteren'', zei hij bij een manifestatie in het stadion van Sharpeville.
Sinds begin dit jaar liepen in een aantal Zuid-Afrikaanse steden demonstraties voor het recht op schoon water, goede huisvesting en stroom uit op gevechten tussen betogers en de politie.















