Auteur: door Ernst Jan Rozendaal |
zaterdag 20 oktober 2007 | 08:42 | Laatst bijgewerkt op:
zaterdag 12 april 2008 | 20:42
Marcel Antonisse/ANP
GOES - Jan Wolkers' (eerste) huwelijk met de uit Goes afkomstige Maria de Roo - de ex van Hans Warren die in het Geheim dagboek wordt aangeduid als Sibylle - brengt hem begin jaren vijftig elke zomer naar Zeeland. Kort na de watersnood van 1953 is Wolkers ook hier, omdat zijn zwangere vrouw in Goes wil bevallen. Hij vindt het 'verschrikkelijk' dat hij dode koeien en paarden in het ondergelopen land ziet drijven.
In 1957, als onbekend kunstenaar en nog lang geen gevierd schrijver, maakt Wolkers een monument voor de slachtoffers van de Ramp. Het bronzen beeld van een jonge vrouw met een verdronken kind op haar arm staat in de tuin van de hervormde kerk in Kruiningen. Wolkers is geprezen om de treffende manier waarop hij het leed van de slachtoffers wist uit te drukken. In een interview in de PZC, vier jaar geleden, vertelt hij echter dat hij een persoonlijke tragedie verbeeldde. Op 10 juni 1951 stierf zijn tweejarige dochtertje Eva, nadat ze per ongeluk in een bad met heet water was gezet. ,,Ik heb daar twaalf jaar niet over kunnen praten", aldus Wolkers, ,,Dat kon ik pas toen ik erover geschreven had, in Een roos van vlees.'' Het daarin terugkerende motief van het kinderhandje heeft hij zes jaar eerder al gebruikt in het Kruiningse beeld, waarvoor Maria de Roo poseerde. Van het dode kind dat de vrouw draagt, is namelijk alleen een handje te zien.
Wolkers' leed werd zo het leed van Zeeland. De dichtregels van A. Roland Holst, die hij uitkoos voor de sokkel, hebben er sinds gisteren een betekenis bij: Hoort gij de zee achter mijn hart? / Dan zal ik heen zijn / en gij zult met de zee alleen zijn; / de golven zullen breken in uw hart.