UTRECHT - Bijstandsgerechtigden mogen te werk worden gesteld als zij
hierdoor sneller een baan vinden. Duur en aard van het werk moeten passen
bij de bijstandsgerechtigde. Weigeren mag niet te zwaar worden bestraft.
Dat heeft de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in dit soort
zaken, gisteren bepaald in een zaak van een Amsterdamse man die achttien
jaar in de bijstand zat. Het is voor het eerst dat de raad een principiële
uitspraak doet over de zogeheten work-firsttrajecten waarbij
uitkeringsgerechtigden in ruil voor een uitkering moeten werken.
Volgens de raad is bij dergelijke projecten geen sprake van dwangarbeid,
omdat geen fysieke of psychische dwang wordt uitgeoefend. Wel kunnen de
trajecten in strijd zijn met het verbod op verplichte arbeid, waarbij mensen
tegen hun zin in, op straffe van een sanctie, aan het werk worden gezet.
Volgens de raad is het per individueel geval verschillend of een
work-firsttraject mag worden ingezet. In het geval van de Amsterdammer vindt
de raad dat wel gerechtvaardigd omdat de man al achttien jaar een uitkering
had en zelf geen werk vond. De boete voor zijn weigering bleef beperkt tot
tweehonderd euro.
In 88 procent van de gemeenten wordt met
work-firsttrajecten gewerkt.


Sorteer reacties












