Dat de jonge vogels nu pas te zien zijn, komt door de manier van broeden. De geelwangneushoornvogel bouwt een nest in een holle boom. Tijdens het broeden, dat ruim vijf weken duurt, wordt het nest met leem en mest afgedicht. Er blijft een kleine opening over waardoor het mannetje het vrouwtje kan voeren. Als de eieren zijn uitgekomen, blijft het mannetje zijn gezin voeren tot de jongen groot genoeg zijn om uit te vliegen. Daar gingen in dit geval nog eens ruim twee maanden overheen.
De geelwangneushoornvogel komt alleen op het Indonesische eiland Sulawesi in het wild voor. Er zijn volgens Avifauna wereldwijd maar zes dierentuinen bekend die de dieren in gevangenschap houden.















