DEN HAAG - Ministers en staatssecretarissen zijn niet zo verliefd op het pluche als vaak wordt gedacht.
Tot die conclusie komen onderzoekers van de Universiteit Utrecht.Mark Bovens en Thierry Wever bestudeerden de kabinetten vanaf Beel-I in 1946 tot en met Balkenende-III in 2006. Daarbij is gekeken naar individuele zaken; collectieve aftredens als gevolg van kabinetscrises en na verkiezingen zijn buiten beschouwing gebleven. Zij concluderen dat bewindslieden doorgaans wel degelijk vertrekken als de Tweede Kamer geen vertrouwen meer in hen heeft.
Bovendien klopt het beeld niet dat de meeste bewindslieden die wel aftreden dat doen vanwege politieke affaires of doordat het politiek vertrouwen ontbreekt. Veel bewindslieden zijn in het verleden afgetreden om persoonlijke redenen. Zij werden ziek, kregen een andere baan aangeboden, vonden het ambt te zwaar of overleden.
De jaren zestig en zeventig waren rustige parlementaire periodes, maar dat veranderde in de jaren tachtig tijdens de kabinetten Lubbers. In die periode traden er bewindslieden af wegens gebrek aan vertrouwen bij het parlement. Die kabinetten contrasteren sterk met de kabinetten-Kok van de jaren negentig.
Na de eeuwwisseling verandert de situatie opnieuw. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis wordt zelfs de 'Carrington-doctrine' toegepast en treden er ministers af vanwege grove fouten van het ambtelijk apparaat. "Wanneer je het aantal vertrouwensbreuken afzet tegen het aantal dagen dat een kabinet heeft geregeerd, dan zijn de kabinetten Balkenende zelfs koplopers in de naoorlogse parlementaire geschiedenis", aldus de onderzoekers. "Nog nooit eerder zaten de bewindslieden zo losjes op het pluche." Voor deze kabinetten geldt volgens de onderzoekers niet de term 'sorry-democratie', die is bedacht door SP-leider Jan Marijnissen. Hij karakteriseerde daarmee een politieke cultuur waarin bewindslieden spijt betuigen en vervolgens blijven zitten.
Bovens en Wever stellen dat Marijnissen daarmee suggereert dat bewindslieden in het verleden wel bereid waren om af te treden wanneer zij zelf of hun ambtenaren grote steken lieten vallen. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat beeld niet.















