DEN HAAG - De volledige vrijspraak voor de vermeende Nederlandse oorlogsmisdadiger Guus Kouwenhoven is bij het Openbaar Ministerie als een bom ingeslagen.
Het gerechtshof levert forse kritiek op de werkwijze van justitie in deze zaak. Strafrechtdeskundigen zijn minstens zo verrast.'Het grote sprookjesboek', zo betitelde rechtbankpresident Roel van Rossum al in 2006 de door het Openbaar Ministerie verzamelde getuigenissen tegen Guus Kouwenhoven. Desondanks loog de straf die de rechter vervolgens oplegde er niet om. De nu 66-jarige zakenman, bijgenaamd 'Mister Gus', kreeg acht jaar cel voor illegale wapentransporten aan Liberia, de maximumstraf voor een dergelijk vergrijp. Van de andere verdenking, medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, werd Kouwenhoven vrijgesproken.
Nu, anderhalf jaar later, heeft het gerechtshof in hoger beroep een dikke streep gezet door het rechtbankvonnis: volledige vrijspraak. In een toelichting op het vonnis krijgt vooral het OM, dat twintig jaar cel en een boete van 450.000 euro had geëist, een veeg uit de pan. Aan waarheidsvinding is 'ernstig tekortgedaan' en bovendien is alle ontlastende informatie die Kouwenhovens advocate Inez Weski inbracht, 'vergaand genegeerd'.
"Die kritiek is niet mals", erkent een woordvoerster van het OM. "We gaan kijken hoe we hier lering uit kunnen trekken." Maar ook de rechtbank kan zich flink achter de oren krabben. "Wat aan bewijs resteert is veel te mager om een bewezenverklaring van de ernstige misdrijven op te kunnen baseren", staat er te lezen. Mocht de boodschap niet zijn overgekomen, dan wil het hof er nog wel een schepje bovenop doen: een oordeel op basis van dit bewijsmateriaal berust op 'drijfzand'.
De Haagse rechtbank noemt de uitspraak van het hof weliswaar 'opvallend', maar wil er verder niet op reageren. "Dat het hof er anders over denkt, is aan het hof."
De Nijmeegse hoogleraar strafrecht Ybo Buruma kon bij lezing van het gisteren uitgesproken vonnis zijn ogen nauwelijks geloven. "De tekst is bijzonder helder en keihard. Ik had dit niet verwacht. Het hof had kunnen volstaan door te zeggen dat er onvoldoende bewijs is, maar dit vonnis gaat veel verder. Men zegt eigenlijk: 'Dit bewijsmateriaal is zo'n rommeltje dat we er helemaal niet in geloven.' Schokkend."
Als het aan Theo de Roos ligt, eveneens hoogleraar strafrecht, belandt het vonnis rechtstreeks in de studieboeken van zijn studenten in Tilburg. "Er staat precies in omschreven hoe je hoort om te gaan met bewijs. Dit is een lesje voor het OM."
Beide rechtsgeleerden vinden het niettemin te ver gaan de officier van justitie van broddelwerk te betichten. "Liberia ligt ver weg. Het is moeilijk daar onderzoek te doen", stelt De Roos. Buruma: "Dit is bovendien een unieke zaak. Het komt niet vaak voor dat Nederlandse zakenlieden betrokken zijn bij zulke horror als in Liberia." Buruma erkent dat het voor de gemiddelde burger moeilijk te vatten is dat de rechtbank de maximumstraf oplegt en het hof vervolgens vrijspreekt. "In zaken als deze komt het aan op één essentieel punt: overtuiging. De Haagse rechtbank was kennelijk overtuigd van de schuld, ondanks het dunne bewijsmateriaal. Het hof niet."















